Sinds 2019 / Since 2019
Michel van der Sanden

Blogs 1-249 / 250-499 / 500-749 /
750-999 / 1000-1249 / 1250-1799 / Recent
______________________________________
Blog 1854 – 28 augustus 2026
SCENE 184 – STUDENTENMELKKOE

Rotterdam West, een 2×1,5m eenpersoonskamer met een uitgeklapt opklapbed, tevens lounchesofa en bureaumeubilair. Geen bureau in zicht, wel een tafeltje ter grootte van 2 a4, met een overhitte Dell-laptop uit 2011 waarvan diverse toetsen ontbreken, zoals de ‘{‘ (who cares?) en de ‘@’ (OMG!). Aan de wand een wereldkaart waarop Israël nog Palestina heet. De huidige bewoner kan dus een carrière bij enig bedrijf aangesloten op internet wel schudden.
Een veertiger (MN) in pak komt binnen, notitieblok in de hand. Het pak is niet van Suit Supply; wel de zakdoek die hij onder zijn neus houdt (de kamer ruikt toch naar die pan bami onder het bureau sinds Koningsdag 2020 en een duif geklemd onder het schuifraam sinds april). In zijn kielzog een studentikoos type (ST), in strak Suit Supply pak, met een notitie iPad, en een Cartier zonnebril in zijn haar, geknipt door eerstejaars studenten van de Kappersacademie.
MN: Ja, ja, ja, daar zijn we dan. Het paradijsje dat het pied-à-terre van uw aankomende studie kan worden. Ziet u het zonlicht door het raam naar binnen lachen? Ik beloof, als u ervoor gaat, wordt dat raam gewassen. Doen we elke acht jaar. Wat ging u ook alweer studeren?
ST: [Kijkt moedeloos om zich heen] AI As Your Slave Business Economics.
MN: Mooi, modern. De jongeman die voor deze living tot voor zes maanden betaalde, studeerde psychologie.
ST: Ik kwam ‘m tegen, geloof ik.
MN: In de universiteitsmensa?
ST: Nee, onder een brug.
MN: Laten we ter zake komen. Dit hier wordt uw Petit Monaco voor een luttele €899 per maand, exclusief energiekosten.
ST: Als ik vragen mag: welke energiebron voorziet dit Dachau? Limburgs steenkool? Drenths turf?
MN: [Enigszins geremd] Ha, ha, ha. Die studentenhumor! Onovertroffen. U deelt een vintage keuken en retro badkamer met een paar medebewoners.
ST: Hoeveel? Getal onder de 57?
MN: [Kijkt op zijn papieren.] Eh… de opgave hier is wat onduidelijk.
ST: [Kijkt over MN’s schouder mee.] Geeft niks. Ik kan ook geen Roemeens. Maar ter zake. Die vraagprijs €899 is absurd.
MN: Er kan €9 af. We zijn niet de kwaadste.
ST: Luister: hoe zit het met jullie verdienmodel? Elke huisbaas vraagt structureel €421 te veel. Dan reken energie inclusief, die is dankzij Zelensky €667 per maand, doe er €230 brandverzekering bij want de laatste controle was 18 minuten voor het bombardement van 14 mei 1940. Tweemaandelijkse schoonmaak €170, da’s een koopje voor een hogedrukspuit met 400 liter Lysol. Waarop komen we dan uit?
MN: Iets onverhuurbaars?
ST: Nee, nee, nee. Richt je studenten uit Dubai, de fijne jongens uit Singapore, meisjes uit Miami. Jullie focus is te breed. Je kent toch de spreuk: ‘Less Is More Money’?
MN: Ik denk dat jij mijn baan aan het overnemen bent. [ST’s mobiel gaat over.]
ST: [Neemt op en ziet wie hem belt] Jean-Paul? (…) Oké. Mieters. [Naar MN] Voor jou. [Geeft hem zijn mobiel.]
MN: Ja? (…) [Zachtjes naar ST] Het is mijn baas. [Luistert weer] Ah, goh, tjonge, ik.. eh… Ja, natuurlijk. U heeft het druk. [Er wordt opgehangen. Verbouwereerd geeft MN ST’s mobiel terug.]
MN: Ik… eh… ben ontslagen. En mijn appartement uitgezet!
ST: AI, hè? Je bent niet ontslagen: je gaat een andere fase in. Een mindset-re-evaluation. Kan ik bij helpen. [ST reikt een visitekaartje aan. MN leest de kopregel.]
MN: ‘Vastgoed-re-evaluatie en AI-ontslagbegeleiding’. [Flink verward.] Hoe werkt dat?
ST: Eerst gaan we je een woonruimte aanbieden. We hebben een toplocatie voor je voor maar €2.387.
MN: En waar is dat?
ST: Mijn vriend, kijk om je heen!
______________________________________
Blog 1853 – 25 augustus 2026
‘T IS WEER RAAK IN NOORD

Een politiehelikopter boven ons huis? Dit is belachelijk. Oké, ik betaalde de Waterschapsbelasting 2011 een week te laat, maar als compensatie trad ik toen op in het verzorgingshuis voor bejaarde dienders De Grijze Wout.
De avond staat me nog helder bij. De directeur informeerde me dat velen van de bewoners agent waren geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Mooi,’ zei ik, ‘dan begin ik met: “Hallo allemaal, en: wie van jullie ontdekte Anne Frank?” Serieus, het was een succes; een man zei dat hij niet meer zo gelachen had sinds de treinkaping in 1977, en vier 90+-dames wilden met me naar bed, wat ik moest afwijzen. Ik ben geen archeoloog.
In onze wijk klonken ook politiesirenes, en een brandweerauto scheurde voorbij, sloeg een bocht om en kwam tot stilstand op ongeveer 200 meter van ons huis. Dat verbaasde me niet: daar krijg je de beste kebab van Rotterdam. In die straat heeft Kurdi Kebab Kapital geen concurrentie. Elke overige fastfood-ondernemer kreeg een jerrycan benzine tegen zijn gevel. Daags erna ontvingen ze een offerte voor renovatie van Kurdi Kebab Aannemers.
Ik sprong op, snelde onze voordeur uit met de eerlijke betrokkenheid van een ramptourist, en leek – tussen ons gezegd – op een Majorca-toerist die ‘s morgens om zeven uur scherp zijn hotel uitholt om een handdoek te gooien op een zwembadstoel.
Lang verhaal kort: Vijverhofstraat 77, een beganegrond brand. Geen ziekenwagens in zicht, dus geen slachtoffers, en je zag dan ook bij de omstanders de teleurstelling. De politie had stukken straat afgezet met van dat tape. Het werkte niet echt: in rood op wit stond erop ‘Koningsdag 2019’. Zo’n dertigtal brandweerlieden in dikke pakken hing emotieloos rond. Ik vroeg naar wat er loos was. Een van hen antwoordde: ‘Geen idee. Ik doe een taakstraf’.
Heb je ooit een huisbrand meegemaakt? Die geur! Ik was in tien minuten weer thuis, maar mijn polo rook als op die zaterdagen wanneer ik vijf minuten in de rij sta bij mijn Turkse bakker.
Kortom, geheel gekleed stond ik onder de douche toen mijn vrouw door het plexiglas vroeg wat dit voorstelde. Ik riep: ‘Die helikopter! Ik moest er zó van transpireren’. Ze holde naar haar computer om de vermogensbelasting 2006 over te maken. Den Haag en ons gezin? De beste vrienden!
______________________________________
Blog 1852 – August 21, 2026
EVIL THOUGHTS

When my father passed away, his old suits went to a thrift store. A week later, I saw a man wearing one. I said to him, “If there is a photo of a friendly-looking woman in an inside pocket, that is not your wife.”
If you work in the greenhouse industry and you arrange for thirty illegal Romanians to show up at six o’clock in the morning, and they don’t speak Romanian, then you have to realize: you are breaking the law.
In Israel, you are allowed to have an abortion after 24 weeks, provided it is approved by a Higher Commission. And guess what? That same Higher Commission recently approved the establishment of a micro-organ donor bank.
On Discovery Channel, one in five documentaries is about the Holocaust. In twenty years, they won’t be replaced by ‘Gazacaust’. Come on! You know who owns the media?
I have a friend who has two houses, four cars, twelve Rolexes, and, of course, a trophy wife. Then he texted me that he had cancer, and I thought, “Thank God.”
In the supermarket, I was standing behind a group of girls aged 11, 12, and 13. And why did I think, “I wish I had an island”?
______________________________________
Blog 1851 – August 20, 2026
THOUGHTS ABOUT DEATH

A man dies. He approaches heaven’s gates and sees the doorman dressed like a Muslim. He falls on his knees and cries, “Forgive me! All my life I have been a stupid Christian. Now I understand; it’s a fake religion. Jesus, Maria, Joseph: all frauds. The entire Christian religion is a Ponzi scheme.” The doorman says, “Relax, Petrus has a day off. I’m just an intern.”
A friend of mine died in his bathtub. The water was so hot, he had a seizure. Now, when you put one toe in too-hot water, you should know. Right? At the funeral, that was the first question I asked his widow. It wasn’t appreciated.
Suppose reincarnation is real, and you come back as a cockroach, and then you marry a cockroach, to find out she is the reincarnation of your wife in your former life? Would you still like reincarnation?
I’m not into conspiracy theories, but we’ve all been to funerals and cremations. You walk in, see a coffin, and literally everyone believes the deceased is inside?
In the future, you can order pills to end your life online. But do you think that, like with everything bought online, 60% of people will send these pills back?
I inherited €1000 from an aunt I barely knew. It was stipulated I should not spend it on drugs, alcohol, or prostitutes. So I spent it on nicotine.
I read War and Peace by Tolstoy. Seriously, brevity was not his thing. I think Tolstoy’s last words on his deathbed took 17 hours.
______________________________________
Blog 1850 – 19 augustus 2026
GEDACHTEN OVER GEZONDHEID

Chirurgen zijn gelukkig niet als huisartsen. Geen chirurg haalt je halverwege een operatie uit je verdoving en vraagt: ‘Wat denk je zelf wat het is?’
Mijn oma had aan het einde helemaal geen kortetermijngeheugen. Op haar sterfbed moesten we elk kwartier zeggen: ‘Je bent aan het doodgaan’.
Je leest over mensen die ‘stemmen in hun hoofd’ hebben. Die wil ik ook wel. Dan kom je met de grootste shit weg.
Onderzoek bewees dat ouderen die samenleven zich gelukkiger voelen. Alleen denken ze er anders over.
Stel dat de man die Parkinson uitvond ‘Einstein’ heette. Dat zou veel leuker zijn voor de patiënten.
Er is een walvis die ruim 250 jaar oud is. Ik vraag me af of die nog steeds zijn eigen tanden heeft.
Ik heb een donorcodicil. Als ik sterf, doneer ik al mijn slechte herinneringen.
Haaien zijn gewoon dolfijnen met ADHD.
______________________________________
Blog 1849 – August 10, 2026
REFLECTIONS ON BIRTH

A nurse asked if the woman wanted background music during the delivery, for comfort. She said: “Yes, play the alarm sound that goes off in a car when you don’t have your seatbelt on. I heard that during conception.”
According to tradition, the midwife placed the newborn on the mother’s chest, between her breasts, and said: “Wow, how small he is!” The husband whispered: “My wife just had breast implants.”
If you take an umbilical cord and a placenta and fill the umbilical cord with the placenta, you get a sausage. Well, if you are a sausage lover, sorry that I ruined your day.
When I was in the womb, I heard my mother speaking in her regional dialect. It wasn’t until years later, I told her then, that I had no idea what she was saying.
When I was born, I had a déjà vu: my previous parents were millionaires. My new parents never knew that, but that is why I cried at birth.
If you are a committed LGBTQ+ midwife, what do you say at a birth? “Congratulations: it is a ‘they’, with a penis, for now.”
A one-year-old baby has been detained in the United Kingdom. His first words were: “Free Palestine.”
______________________________________
Blog 1848 – 5 augustus 2026
BETALEN BINNEN VEERTIEN DAGEN

Je herinnert je blog 1784? Over ons 19e-eeuws woonkamerplafond dat deels omlaag kwam, terwijl ik er net niet onder zat? Toen reageerde je met: ‘Jammer’.
Vandaag werd de restauratie ‘bezemschoon’ opgeleverd. Morgen doe ik die bezem een proces aan.
Met de stucadoor stond ik naar het lijnenspel boven ons te kijken: half origineel, half hersteld en de overgang was toch te zien. ‘Prachtig, hé?’ probeerde de vakman welgemeend. ‘Dit plafond,‘ antwoordde ik, ‘is net als mijn huwelijk: twee geweldige helften, maar waar het aansluit, gaat het mis’. Hij glimlachte en gaf me een hand. Dit is vier uur geleden. Mijn hand is nog niet schoon.
In de drie verdiepingen van ons huis ligt een laag stof die na 2.500 jaar nog niet was neergedaald in de tombe van Toetanchamon. Terwijl van de kosten van dat pleisterwerk je met gemak een tiental van zijn gouden maskers kunt financieren.
Natuurlijk, ik klaag niet. We gingen voor een betrouwbaar bedrijf: ervaren, betrokken, vol passie en, maar dat deed absoluut niet ter zake, ook de allergoedkoopste.
De man die hun offerte maakte, kwam in maart voorrijden in een Honda uit 2007. Mijn vrouw en ik dachten: ‘Het gaat hen niet om het geld’. De gasten in overals die vandaag sympathiek zwaaiend wegreden, bestuurden een Mercedes-Benz E63s AMG.
Er ligt dus nog genoeg kalk in ons huis om een een-op-een kopie te maken van het Vrijheidsbeeld, maar het plafond ziet er toch acceptabel uit. Zoals gezegd, je kunt bij één deel vermelden: ‘Dat is hoe het was’ en een ander deel: ‘En dat is anno nu’. Het gevoel dat ik heb als ik in de spiegel kijk.
Ver weg van het pleisterproces stonden, goed ingepakt, de voorkamerbanken. Desondanks sta ik morgen in onze stomerij en vraag: ‘Graag dit colbert stomen, dit mantelpak en deze zes meter bankstel’.
Mijn vrouw en ik bekeken daarnet het meesterwerk. ‘Ach,’ zei ik, ‘als je met iets ouds begint, is het altijd gedoe’. Ze keek mij aandachtig aan en ik voegde snel toe: ‘Zeg maar niks’.
______________________________________
Blog 1847 – 3 augustus 2026
LIEVE LEZERS! IK LEEF NOG!

Als ervaren fietser ken je ook dat gevoel bij het kruisen van het pad van een andere fietser: wie gaat afremmen of kunnen we beiden even keihard doorrijden? Dat instinct werkt vrijwel altijd. Vandaag beleefde ik dat vrijwel.
Tussen het moment dat die andere fietser mij vol raakte en ik met mijn hoofd op het asfalt stuiterde, schoot mijn leven door me heen. Het viel wat tegen.
In een oogwenk hielpen omstanders me overeind; ik wilde nog roepen: ‘Nee! Doe dat niet! Dan lijk ik een oude man!’ Het ging allemaal te snel.
‘Godszijdank,’ zuchtte ik. De omstanders zeiden verbaasd: ‘Pardon? U bloedt als een schaap tijdens het Offerfeest’. Ik schudde het hoofd en wees op mijn horloge: ‘Beste mensen, ik bedoel dat mijn Omega Seamaster 300M Professional geen schade heeft’. De meerderheid van hen vermoedde hun tijd te verdoen aan een snob, maar wie kent tegenwoordig nog dat woord?
De jongeman die mij geraakt had, stond op zijn benen te trillen. ‘Het spijt me enorm. Ik had haast.’ Feitelijk was het voorval meer mijn schuld, maar zo’n goedbedoelde bekentenis ga je niet weerleggen. ‘Het is in orde,’ fluisterde ik, ‘je hebt haast. Ga maar’. En terwijl hij wegfietste, mompelde ik: ‘Mijn advocaat weet je te vinden’.
Het crèmekleurige zomercolbert dat ik droeg, vertoonde onderhand een polka-dotpatroon van bloedvlekken en een vrouw de leeftijd van mijn moeder stapte op mij af. (Niet mijn moeder nu, maar die van rond 1985.) Met een buitenlands accent communiceerde ze woordenloos dat ik moest gaan zitten en uit haar rugzak kwam een pak baby-tissues tevoorschijn. Heerlijk koel op mijn schedeldak en in een minuut verkleurde een twaalftal ervan intens rood. Ik wilde wat zeggen: ‘Fijn dat u me helpt! Noem een goed doel van uw keuze en ik maak € 6,75 over’. Ze maande me tot stilte: ‘Momentje!’ Dat bleef ze zeggen, zelfs toen ik even mijn fiets van de weg wilde halen. (Er waren al zeven auto’s overheen gereden.)
Ook haar echtgenoot oogde meelevend. Zijn gezicht kwam me bekend voor. Was het uit die documentaire uit 2001, over Poolse gastarbeiders in het Westland, hoe ze ermee omgingen door de lokalen ‘Negers’ genoemd te worden? Ik keek sympathiek naar hem; hij zei: ‘Momentje’. Het echtpaar wist exact waarover het sprak, had een beperkt vocabulaire of een donker gevoel voor humor.
Ondertussen waren alle getuigen vertrokken. Tja, ik leefde nog, droeg een decadent uurwerk (dus een vuile kapitalist), en Rotterdam heeft wel meer te doen.
Maar zonder gekheid, de vrouw deed het uiterste me te helpen, sprak bij elke beweging die ik probeerde te maken me dwingend toe: ‘Momentje’, en verbruikte meer babydoekjes dan ik in de eerste drie jaar als vader over mijn kind zijn billen haalde.
Ik kwam overeind, drukte met één hand drie m2 babytissues tegen mijn achterhoofd, en schudde met de andere – gereinigd met hún Spa Rood – de twee dankbaar de hand. Weer op mijn fiets beloofde ik naar het ziekenhuis te gaan. Ze knikten instemmend en bezorgd; de man wees op hen beiden en zei: ‘Polski’.
Een kwartiertje later lijmde een arts de wond op mijn achterhoofd dicht. Ik vertelde hem dat het echtpaar één woord Nederlands sprak, en ze me geweldig geholpen hadden. De arts schudde zijn hoofd en zei: ‘Eén woord? Die gastarbeiders, aanpassen is er niet meer bij’.
De rest van de middag bracht ik met professionele hoofdpijn door op de bank. Mijn zoon liep de kamer binnen en merkte op: ‘Het ruikt hier naar Bisonkit. En wat doet dat kussensloop op je hoofd?’ Met gesloten ogen verhief ik mijn hand en antwoordde: ‘Momentje’.
______________________________________
Blog 1846 – 2 augustus 2026
WEERBAAR NOORD Deel 2

[Op een informatieavond van de gemeente in mijn wijk Rotterdam-Noord.]
‘Goedenavond, beste mensen, fijn dat u in zo grote getale bent gekomen.’ Iets zei me dat de spreker zo zou beginnen. Links doet de oudere dame haar armen over elkaar, en de Marokkaanse kleerkast rechts volgt haar. Ik twijfel even, maar doe niet eraan mee. Mijn rol tussen de twee is meer als buffer tussen haar 4711 Eau de Cologne en zijn Jean Paul Gaultier Le Male Eau de Toilette.
De gemeentefunctionaris kijkt opgewekt rond: ‘Rotterdam-Noord is geweldig,’ en als één man zegt de zaal: ‘maar…’ Een buurtgenoot op de eerste rij vult aan: ‘We zitten hier niet voor de lol’. De spreker knikt vol begrip, tuurt op zijn notities, kiezend welke alinea’s maar over te slaan. Noord komt graag ter zake.
‘Zeker, natuurlijk. Eh, vanavond gaat over weerbaarheid.’ Mijn buurvrouw steekt haar hand op. Ik fluister haar toe: ‘We zijn nog niet bij de rondvraag’. Het maakt geen indruk en de spreker heeft geen keuze: ‘Eh, ja, mevrouw?’ Hoofden draaien zich nu al geërgerd naar haar om. Met een stem te omschrijven als ‘50 à 55 jaar Belinda Menthol-sigaretten’ vraagt ze: ‘Weerbaarheid? Ik dacht dat dit de training ‘Samen Dementievriendelijk’ was’. Iemand roept: ‘Tegen de dementen moeten we juist weerbaar worden’. Een ander zegt: ‘Ik wist niet dat dementen onderling onvriendelijk waren’. De man achter het katheder moet ingrijpen. ‘Mevrouw, die avond is volgende week. Maar nu u er toch bent, en dat vinden we heel fijn…’ Hij kijkt over de zaal en niemand lijkt met hem in te stemmen. ‘Dan zou ik zeggen: blijf lekker zitten en u neemt er vast wat van mee.’ Nu steekt de Marokkaanse noorderling naast me zijn hand op. Dit wordt een lange avond. Ik voorkom dat ik diep zucht, want voor je het weet krijg je commentaar op je moeder. ‘Meneer, het gaat toch over digitale weerbaarheid? Ik kreeg gister een vreemd telefoontje om Spaanse les te sponsoren voor jonge mannen in Marokko.’ Van achter klinkt het: ‘De beller had een Hebreeuws accent?’ Hem wordt toegeroepen: ‘Antisemiet!’ Een schoen vliegt door de lucht; de sfeer zit erin. Ik zeg luid tegen de nu flink transpirerende man op het podium: ‘Begin maar over die weerbaarheid. De theorie graag; de praktijk is straks buiten op de stoep.’ Zijn eerste PowerPoint-plaatje verschijnt: een glimlachende oudere dame (sprekend die naast me) wordt de straat over geholpen door de tweelingbroer van de persoon rechts van me. Beiden roepen kwaad: ‘Dat plaatje is AI! Bedrog!’ De zaal gromt en mort en ik sta op: ‘Misschien moeten we al aan de koffie? Er zijn heerlijke koekjes!’ Iedereen staat op en loopt naar een tafel met thermoskannen.
Alleen de spreker en ik staan nog op onze plek. Ik zeg: ‘Begin na de pauze direct met de conclusies. Houden we de vaart erin!’
______________________________________
Blog 1845 – 1 augustus 2026
WEERBAAR NOORD Deel 1

Het is vrijdagavond, middernacht, in mijn wijk Rotterdam-Noord. Je kent Rotterdam-Noord, toch? Het is zo multicultureel, de ratten spreken drie talen; het is er zo arm, onze Mocromaffia draagt tweedehands Rolexes; en op de stoep staan achtergelaten koelkasten, met erin achtergelaten huisdieren.
Een man loopt rond met een basebalknuppel in de hand, zijn C&A-T-shirt onder het bloed, en hij schreeuwt: ‘Het is hier geweldig!’ Niemand ontkende zijn punt. Raakte hij een gevoelige snaar? Iemand zijn borstbeen? De vraag is dus: is het hier veilig?
Twee weken terug lag in de bus een brief van de gemeente die een drietal avonden aanbood om ons bewoners weerbaarder te maken, ons veiliger te laten voelen, en dat plezier te leren beleven van de eerste te zijn die die klap uitdeelt. Je kent me, buurtbetrokkenheid is mijn mantra. Als weer zo’n kansarme tiener met mijn fiets ervan doorgaat, roep ik hem na: ‘Als je maar je best doet op school’.
Dus afgelopen woensdag betrad ik het buurtcentrum voor de eerste instructieavond. Het centrum heet ‘Unicef’, want wanneer je ooit een blik naar binnen werpt, vraag je je af: ‘Sponsort Unicef dit?’
Een avond over veiligheid en ik verheugde me op gefouilleerd te worden. Toen ik echter zo door kon lopen, grapte ik naar de man aan de deur: ‘Maar ik heb een mes van 40 cm in mijn jas!’ Hij knikte met zijn hoofd naar de volle zaal en zei verveeld: ‘Dat hebben ze allemaal’.
Ik schuifelde naar een lege stoel met links van me een oudere, iets nerveuze dame, tegen wie ik met een glimlach zachtjes zei: ‘Tijdens de pauze zijn er vast lekkere koekjes’. Ze bleef strak voor zich uitkijken en antwoordde: ‘Pleurtop’.
Langzaam draaide ik mijn hoofd naar rechts en daar zat een Marokkaanse jongeman, een soort Islam-uitvoering van Arnold Schwartenegger. Hij keek me aan en zei zachtjes: ‘Tijdens de pauze zijn er lekkere koekjes’. Ik imiteerde met mijn gezicht een smiley-emoji en vroeg me af hoe mensen dat deden voor er internet was.
Een spreker verscheen op het podium; de zaal werd stil; de vrouw naast me nam een Rennie; de kleerkast aan de andere zijde ademde kort en bruusk in door zijn neus, alsof daar nog iets viel op te snuiven. Op dat moment wist ik zeker: we zijn hier allemaal om iets te leren, en Rotterdam-Noord, het is hier geweldig.
______________________________________
Blog 1844 – 28 juli 2026
VLAMMEN VAN GELUK

– Goedemorgen, PyroHolydays, met Incidi, hoe kan ik u helpen?
– Hallo, met Brand. Ik bel, want ik was op jullie site, maar ik kwam er niet uit.
– U zoekt een leuke pyro-holiday? Naar destructieve branden kijken, wie wil het niet?
– Joh, vroeger in Frankrijk, niks leukers dan fikkie stoken in zo’n kurkdroog bos. Er stonden borden ‘Interdiction de fumer’, maar wie leest er Frans?
– We hebben een leuke Bordeaux-week in de bonus, inclusief een helikoptervlucht over de grootste branden. Neem uw camera mee, koop de souvenirs!
– Souvenirs?
– Verbrande teddybeertjes, gesmolten brandweerhelmen, verkoolde rolstoelen. Als pyro-fan krijgt u het er warm van. En we zijn er nog niet: voor €500 extra op de foto met de brandstichters. U tekent wel voor geheimhouding.
– Tuurlijk, matties onder elkaar. Wat heeft u nog meer?
– Kreta? U krijgt live verbinding met dorpsbewoners die opgesloten zitten door de verwoestende vlammenhaarden.
– Spreken die een beetje Engels?
– Engels? Het gaat om het snikken, proesten, het huilen van kinderen. Kortom, de universele taal van een mens in de brand. En u kunt meedoen aan leuke weddenschappen, zoals: dat blusvliegtuig uit 1962: gaat die het redden? Rond Madrid brandt het ook alsof het vakantie is, maar die is uitverkocht. We deden een combi met: Zie een echt stierengevecht voor ze verboden worden. Totaal succes.
– Logisch. Mannen mogen niet meer genieten. Stierenvechten is toch kunst? En bij kunst vallen spaanders. Watjes gaan maar plastic rapen op de Wadden. De man geniet van de geur van verwoesting en de natuur herstelt altijd. Geef je iemand een mep, in twee weken is de blauwe plek weg. Wat hou je over? Respect.
– Ik volg u even niet. Hoe dan ook, gaan we voor 10 dagen ‘Bordeaux, brûle-t-il?’ U krijgt als gratis bonus een rondleiding in het brandwondencentrum.
– Doen we, maar zulke centra zijn altijd een deceptie: enkel bejaarden. Die konden niet hard genoeg hollen. Vertrek aanstaande zaterdag?
– Genoteerd. Uw naam was ‘Brand’? Voornaam ‘In de’?
______________________________________
Blog 1843 – 27 juli 2026
SCENE 133 – TAND DES TIJDS

Een tachtigerjaren-vinexwijk en geen mens valt te bespeuren. Twee-onder-een-kap-huizen, waarvan de voortuininrichting de troosteloosheid van de bewoners al aankondigt, en de frustels op de vensterbank aan de voorzijde het radelose gebrek aan creativiteit en smaak verraadt. Een wit bestelbusje komt aanrijden en parkeert goed waarneembaar voor de hele straat. Er stappen twee mannen uit (MN 1, MN 2). Ze zijn beide eind dertig, en maakten misschien samen de goedkoopste keuze bij de laatste uitverkoop van de C&A.
MN 1: [Kijkt op een vel papier] Laten we hier maar beginnen. [De twee lopen naar een voordeur en bellen aan. Binnen enkele seconden maakt een bewoner open: een goedaardige man, einde zestig, een NRC nog in de hand (BW).]
MN 2: [Uiterst vriendelijk] Goedemorgen, meneer Koning, u weet waar we voor zijn?
BW: Ik heb geen idee.
MN 1: [Naar MN 2] O, jee.
MN 2: [Naar MN 1] O, jeeminee. [Naar BW] Het stond niet in uw krant, hè?
BW: [Verontrust] Waar gaat dit over?
MN 1: [Naar MN 2] Altijd hetzelfde: de ontkenning.
MN 2: [Doet overdreven de stem van BW na.] Ik heb er niets van gelezen. Ik poets drie keer per dag. Ik flos al sinds mijn vierde.
MN 1: [Ernstig] Het tekort aan tandartsen binnen onze dijken, meneer Koning. Er komen er te weinig van onze scholen. Wilt u een tsunami aan buitenlands tandpersoneel?
MN 2: [Iets opdringerig] Die u over tandplak uitleggen in het Pakistaans?
MN 1: Ziet u dat busje staan? Wij zijn van het Nationaal Instituut Tegen De Oudere Tand. Dat voertuig is een rijdende tandartsenpraktijk, zoals die hoort te zijn.
MN 2: Bijvoorbeeld: de Donald Duck in de wachtkamer. En assistentes die er mogen zijn. Hoef ik u niet uit te leggen.
BW: Het ontgaat me toch. Waar wilt u naartoe?
MN 2: De overheid heeft ons opgedragen het probleem van te weinig tandartsen op te lossen.
BW: Meer opleiden?
MN 1: [Iets geërgerd] Néé. Te veel oude mensen met nog een volledig gebit. En dat moet maar onderhouden worden. Implantaten, wortelkanaal- behandelingen. Het is een dood paard in de bek kijken!
MN 2: Van één van uw porseleinen kiezen heeft een heel dorp in Gaza een jaar lang Netflix! Van zo’n wortelbehandeling eten 1.000 konijnen in de Sahel tien jaar dadels!
BW: Geen wortels?
MN 1: Meneer Koning, het is de wet; meekomen en in een kwartiertje loopt u met een kunstgebit fluitend weg.
MN 2: Dat fluiten is niet gegarandeerd, tja, plastic tanden. Het is wat anders.
BW: [Verschrikt] Ik voel hier niets voor.
MN 1: En dan komen we terug bij de kern van uw probleem. [Wijst op de NRC in de hand van BW.] U was niet op de hoogte.
MN 2: De overheid is de kwaadste niet. Neemt u een abonnement op een slagvaardig dagblad, mag u uw liberale gebit nog een decennium behouden.
BW: Dat klinkt beter. [MN 1 drukt hem een pen in de hand, en houdt een formulier voor. BW tekent.]
MN 2: Voortreffelijk. U gaat tien jaar het AD ontvangen. Meneer Koning, gefeliciteerd met uw moedige besluit.
MN 1: En veel plezier met uw gebit. [MN 1 en 2 lopen glimlachend en zwaaiend weg. BW blijft verbouwereerd achter. Achter een bosje kijken de twee op hun papier.]
MN 2: Zo, weer een abonnementje verkocht. Het AD mag blij met ons zijn! [Ze wandelen naar een volgend pand.]
MN 1: Het AD: een krant om in te bijten!
MN 1 en 2: Ha, ha, ha, ha!
______________________________________
Blog 1842 – 26 juli 2026
VERKEERSVEILIGHEID? IK LACH EROM!

Het regent wat. En Nederlanders weten hoeveel wat is. Niet ‘dat is’. Als het wat regent, zit dat wat tegen. Dat merkte een moeder op een bakfiets vanmiddag, toen ze niet schuin genoeg over natte tramrails reed. In ons land een doodzonde. Voor mijn ogen en die van omstanders, ging zij en het ‘family’-geval onderuit. Haar hoofd stuiterde op het asfalt en al denk je rustig: ‘Dat zal wel pijn doen,’ je voelt er niets bij. Curieus, want zij was heel blank en die sterven toch uit. De vrouw ging midden op de straat rechtop zitten, wreef over haar hoofd. Van alles was uit haar tas gerold, waar natuurlijk niemand aankwam. ‘Dat mag ze zelf oprapen, want ik kreeg geen consent!’ Het ís 2026! Snel stonden twee-drie mensen om haar heen. Ik hield me op enige afstand; begrijp me goed, graag leg ik een vriendelijke hand op een slachtoffers schouder, maar ben je 60+ roept toch het volk: ‘Wanneer waste u die het laatst?’
De bakfiets lag op zijn kant en de grote tas boodschappen erin was gelukkig niets overkomen. Ook zat er een jochie van een jaar of 10-11 in. Zonder een kik te geven, bekeek hij de wereld onder 90˚. Ogenblikkelijk gingen mijn gedachten terug naar een verkeersituatie waaraan ik deelnam op die leeftijd. Ik zat naast mijn moeder op de voorbank van vaders Volkswagen (let op die nuance), terwijl we heel langzaam in een file vooruitreden. ‘Daar komt een groot schip aan,’ zei ik en wees naar rechts, wijzend op een groot schip dat rechts van ons eraan kwam. Mijn moeder keek naar rechts; de auto voor ons stopte; zij niet. Een flinke klap die klonk alsof een WWII Duitse tank een Russiche soortgenoot midscheeps raakte. ‘Net als de botsauto’s!‘ riep ik als onschuldig jongeling. Mijn moeder snikte: ‘Als ik je vader vanavond aan tafel hierover bericht, wordt dat voorwaar geen kermis’.
Terug naar de bakfiets. Het jochie leek zich nog niet bewust te zijn van het oerhollandsche voorval, de publieke belangstelling, noch het geloofwaardig lijden van zijn moeder. Net voor ik hem wilde vragen of hij later naar het VMBO zou gaan, begon een man het voertuig overeind te zetten. Nog een man hielp, en ik ook. Tja, je wilt niet op Rijnmond nieuws verschijnen met: ‘Bejaarde stak geen hand uit’. De eerste man bleek de echtgenoot van de vrouw op het natte asfalt.
En opnieuw schoten mijn gedachten naar de botsing in de file. Die avond, terwijl aan tafel elk bord voorzien was van de onvermijdelijke aardappelen, verplichte bloemkool en trieste varkenskarbonade, biechtte mijn moeder op dat vaders goddelijke zoon en zij in een betreurenswaardig verkeersicident verzeild waren geraakt geworden. Ik begreep direct: voor papa was dit een enorme schok: zijn servet viel op het tapijt. Onder bewonderswaardige zelfcontrole legde hij zijn bestek neer en stamelde: ‘Jullie in een verkeersgebeuren! Lieve hemel! Was er… was er… schade aan de Volkswagen?’
Het jochie in de bakfiets begreep nog steeds niet het verschil tussen zijn moeder die als een biljardbal over de straat had gestuiterd, en een computerspelletje dat je gratis kon downloaden, wanneer je ouders de afgelopen maand voor €1000 kochten bij de Aktion.
Ik keek maar eens naar de moeder. Een man riep anderen toe: ‘Terug! Ik werk bij de RET voor railonderhoud. Dit is onze zaak’. Een vrouw repliceerde verontwaardigd: ‘Die opzettelijk gladde rails van jullie! Die zijn erger dan de toeslagenterugbetalingvertragingsaffaire!’ Een derde persoon, volledig gekleed in gerecycled Leger des Heils-textiel, daarvoor al gerecycled door Terre des Hommes sloot aan: ’Lieve mensen, geen gekrakeel! Deze vrouw heeft een trauma. Wat ze nu op haar hoofd voelt, dat zit straks tussen de oren, en dan heeft ze begeleiding nodig. En zeg het maar…’ De RET-man antwoordde; ‘Dat gaat geld kosten? Veel geld?’ Op dat moment wilde de moeder overeind komen. De toegesnelde gerecyclede drukte haar weer op het straatdek. ‘Niet zo snel! We zijn nog niet klaar met u. We moeten een traject in. Daar gaan maanden overheen!’ Een vierde man stond erbij, gekleed als een advocaat op zijn weekend: ‘Mensen, ik ben advocaat, en al is het weekend, hier is rechtsbijstand nodig. Dat ventje behoeft revalidatie. Ik krijg daar zo twee ton voor bijeengeprocereerd. Na aftrek van logische kosten twintig mille in het handje.’
De moeder, vader, en de kleine Einstein in het family-voertuig verdwenen discreet uit beeld, terwijl de politiek–empathisch–kapitalistische discussie midden op straat onverstoord doorging. Het gezelschap werd snel voor ordeverstooring afgevoerd. Met de Rotterdamse agenten viel niet te discussieren; zij spraken enkel Marokkaans.
______________________________________
Blog 1841 – 23 juli 2026
LUNCH IN MARSEILLE

‘Dat is dus geen kabeljauw’ zei mijn vriend tegenover me in het Franse restaurant. Een bord was zojuist voor me gezet met een vis die bij het woord ‘kabeljauw’ heftig ‘Nee’ schudde.
Eerst over dit restaurant Marseille: wat betekent ‘Frans’? Alle klanten waren 40+ en blank? De fles wijn die we kozen, kostte €54 en ik kende hem van mijn Lidl? Het vermoeden dat met een ober in discussie te gaan zou leiden tot een staking van hem en zijn klassegenoten tot voorjaar 2028?
Voor mij is een Frans restaurant een dat ruikt naar Gauloises, met een ‘Heren’ die ruikt naar een bouwvakkersurinoir, en kelners die elke snotneus aanspreken met ‘Monsieur’.
Hoe dan ook, het tragisch dier op mijn bord was daadwerkelijk geen kabeljauw. De derde ober die tijdens de onderhandelingen aan onze tafel verscheen, zei ‘Weet ik veel’ noch ‘Ech wel’. Hij sprak alleen Engels. Tja, Nederland 2026.
De jongeman informeerde ons dat het een Dorade was. Ik keek naar mijn bord; de vis knikte ‘Ja’. Dorade, zo bekende hij, stond twee dagen geleden op het dagmenu. Voor ik kon zeggen: ‘Het is prima. Ik herinner me ook niets meer van mijn twee dagen terug,’ griste de medewerker met piercings op plaatsen, waar ik op zijn leeftijd niet eens plaatsen had, het gerecht voor mijn neus weg.
Dus mijn tafelgenoot zat met zijn hoofdgerecht voor zich, en ik keek naar leeg tafelpapier voor me. Plots moest ik denken aan Milaan, 1987. Ik zat tegenover een onverantwoord mooie Italiaanse wiens moeder, volgens mij, ook Sophia Loren en Claudia Cardinale had gebaard, en ik kon me prima vinden met de derde in de rij. Zij had een pizza quattro formaggi voor zich, terwijl ik naïef wachtte op mijn pizza Edam-Gouda. Plots verschenen haar zeven broers onuitgenodigd (slechts drie leken op elkaar). Ze hadden vast een zware werkdag achter zich, want er kon geen glimlachje af. De rest van mijn veertien dagen in Italië bracht ik door op de bodem van het Lago Maggiore.
‘Begin alvast,’ zei ik tegen mijn vriend, ‘de mij beloofde vis verschijnt ongetwijfeld vóór de volgende Quatorze Juillet.’
Hij tastte toe, maar qua zeevoer schoot niet op en ik riep naar een serveerster: ‘Dat zeedier dat daar mistroostig onder een warmhoudlamp ligt te huilen, breng die maar terug, als ik ‘m eet denk ik wel ergens anders aan.’ Aldus geschiedde.
Voor je denkt dat slechts logistieke aspecten het etentje memorabel maakten, het tafelgesprek was voortreffelijk: mijn vriends fietsvakantie in Frankrijk, waar hij elke keer wanneer hij in een garage stond met een lekke band te horen kreeg: ‘Eh bien, vous avez un problème!’ En mijn recente fascinatie met luxe horloges, een bezigheid die mijn huwelijksproblemen in de ijskast zette. Een echtscheiding kan ik me niet meer veroorloven.
Toen we opstonden, kregen twee mannen naast ons net kabeljauw geserveerd. De ober was weg en ik zei hen: ‘Geniet van uw Dorade’.
Mijn vriend en ik namen buiten afscheid, terwijl binnen de twee mannen met de obers op de vuist gingen.
______________________________________
Blog 1840 – 22 juli 2026
SCENE 134 – SKETCH ZONDER WOORDEN

Een chique horlogezaak en een blijde man stapt naar buiten, aanschouwt met plezier en zelfrespect het uurwerk aan zijn pols. [De camerainstelling is in de hele scène gelijk.] Een corpulente verkoper in pak met iets foute snor schudt hem de hand, knikt de knik van ‘Geweldige keuze’, en gaat naar binnen. De man blijft staan, kijkt verrukt om zich heen, en we horen hem zeggen: ‘Hi, hi, hi’. Een moeder met kinderwagen komt voorbij zonder enige interesse in hem. Juist als zij hem passeert, maakt hij een overdreven gebaar van ‘even op mijn horloge kijken’, wat hij doet met een quasi bezorgde uitdrukking. De vrouw ontgaat het volledig en verdwijnt uit beeld. Teleurstelling. Dan verschijnt een jong stel met enkel oog voor elkaar. De man glimlacht ongeloofwaardig, zwaait zelfs naar hen, maar met de buitenzijde van zijn hand naar hen zodat vooral zijn horloge opvalt. Ook deze twee vervolgen ongestoord hun weg. De man lijkt nu gefrustreerd en loopt uit beeld.
Zijn frugale keuken, met een hand roerend in een pan, kijkt hij uitsluitend naar het uurwerk aan zijn andere hand. Uit de pan stijgt zwarte rook op.
Hij zit aan een eveneens frugale eettafel met plastic tafelkleed, voor hem een bord met zwartverbrand eten. Het stoort niet, want het horloge alleen houdt hem bezig. Hij pakt een krant op waarvan de kopregel is: ‘Tropische hitte! Iedereen naar het strand’. De man knikt alsof hij zeggen wil: ‘Goed idee’.
We zien hem een vol en gezellig strand oplopen, opgerolde handdoek onder de arm, en flink zwaaiend met de arm met het horloge. Hij mompelt ‘Hi, hi, hi,’ en kijkt links en rechts, alsof hij vermoedt dat zijn aanschaf alle aandacht trekt, maar niemand gunt hem een blik waardig. Uitgestekt op zijn handdoek, die een afbeelding heeft van een bodybuilder (groter contrast met hem is niet denkbaar), windt hij zijn horloge op, kijkt om zich heen, met de expressie van: ‘Moet je soms doen’. Iedereen negeert hem, uitgezonderd enkele kinderen die hem aanschouwen alsof iets serieus met hem mis is.
Close-up: hij heeft het heel warm, kijkt naar de zee en besluit een duik te nemen. Hij zet zijn bril af en schuift die onder de handdoek. Zijn ogen zijn nu kleiner, wat ons informeert dat hij geen goed gezichtsvermogen moet hebben. Net als hij overeind wil komen, herinnert hij zich de horlogezaak. Een flash back: de obese verkoper maakt een gebaar van zwemmen, wijst op het horloge en schudt zijn hoofd van ‘Nee’. Het horloge moet niet met hem het water in. Hij probeert heel discreet, maar volledig onsuccesvol, het ding af te doen en ook onder de handdoek te verbergen. Niemand neemt notie van hem en als een kind zo blij holt hij de zee in.
Vrolijk zwemmend raakt ineens een kleine bal zijn hoofd. In de verte gebaren een paar jongens. De bal moet van hun zijn. De man glimlacht en werpt de bal hard en ver in een tegenoverstelde richting. Hij zwemt verder. We zien een vrouw onder gaan en in paniek met haar armen spartelen. Onze man zwemt rustig voorbij. Niet zijn probleem.
Opgefrist en monter wandelt hij terug en neemt plaats op zijn handdoek, reikt zijn hand eronder en rukt verschrikt de handdoek opzij: bril en horloge zijn weg. Paniek! Hij springt op, stapt naar een familie links, zwaait wild met zijn armen, wijst op de handdoek. Hij ziet slechts ongeëmotioneerde gezichten en totaal onbegrip. Zo gaat hij nog een paar families rondom af. Niemand toont enige sympathie. Woedend verlaat hij de plek en komt in enkele seconden terug met drie agenten, die lijzig zijn verhaal aanhoren, de situatie observeren. De families, de kinderen, iedereen tilt de schouders op, schudt het hoofd. De man wordt amicaal op de schouders geklopt door de agenten die vertrekken, hem in verslagenheid achterlatend.
De schemering, het strand leeg afgezien van onze man, die op een muurtje zit te snikken. Dan komt uit het water nog één persoon; een prachtige jonge vrouw die op de handdoek afloopt, deze oppakt en zich afdrogend wegloopt. De man staat perplex. Hij kijkt rond en ziet plots op 20 meter verder een handdoek met de afbeelding van een bodybuilder. En eronder vindt hij zijn bril en het horloge.
Door vreugde overmand steekt hij het horloge in de lucht. Alles aan hem roept: ‘Dank, God, U zij geprezen.’ Een meeuw schiet voorbij en grist het uurwerp uit zijn hand. Het dier maakt een geluid dat precies klinkt als: ‘Hi, hi, hi’.
______________________________________
Blog 1839 – 21 juli 2026
KRINGLOOP ROLEX

Vanmiddag liep ik binnen bij Schaap en Citroen. En nee, dat is geen Halal- en groentenzaak. Het was lunchtijd, geen personeel te zien en van achteren kwam aangeslopen de lucht van kaviaar op toast. Ik begreep het: belegen kaas is voor plebs. ‘U komt voor horloges of sieraden?’ vroeg de bewakingsman die mij door de ingangssluis heen gesluist had. (Dit soort zaken hebben twee deuren van elk 2 ton, waartussen ze je een kwartier quarantaineren. Over die vierkante meter verstuift Hermes parfum naar beneden, waardoor je uiteindelijk zo stoned de zaak binnenvalt dat je bij het eerste Patek Phillippe uurwerk van €127.500 roept: ‘Ja, doe die maar en graag in een zakje’. Maar ik stond mijn mannetje. Nooit heb ik gerookt, dus ik beschik over een reservelonginhoud van 2m3. Toegegeven, ik groeide op bij een moeder die rookte, maar niet ‘over haar longen’. Ken je die uitdrukking? Dat was zoiets als: ‘Meneer pastoor misbruikte nóóit kinderen, van kleur’.)
Ik antwoordde de man met een ‘V’ op zijn colbert: ‘Horloges’. (‘V’ is kort voor APK.) Hij knikte en wees me in een richting waaruit zoveel goud en diamanten me tegemoet lachten, dat ik dacht een acteur in ‘Oceans 11’ te zijn. Snel vulde ik aan: ‘Eh… pre-owed horloges’. De vakterm voor tweedehandjes, al betaal je voor een pre-owed Rolex uit 1971 nog meer dan een Tesla die in 2032 van de band rolt. Mijn voorkeur voor veteranen deed hem zó van kleur verschieten: hij leek ineens autochtoon. ‘Dan moet u naar onze zaak aan de Meent,’ stottelde hij en wiste het zweet uit zijn nek. Het leek me leuk te vragen welke bus ik nemen moest, maar hij had genoeg geleden.
Tien minuten later stond ik voor de vestiging aan de Meent; mijn fiets op 500 meter afstand te hebben gelaten. Tja, zet je die voor hun deur, dan zeggen ze als je binnenkomt: ‘Nee, we hebben geen lege flesjes’.
Bij het betreden van het pand keek een medewerker – even discreet als angstig – allereerst naar het uurwerk aan mijn pols, ademde diep uit en ik zag hem denken: ‘Een Omega Seamaster. God zij geprezen! Geen landloper!’ Na wat smalltalk (‘Een servicebeurt van je Jaguar, wat dat kost, belachelijk!’), bood hij iets te drinken aan. Een stemmetje in mijn hoofd zei: ‘Dit is niet de plek om een Espresso Macchiato met Almond Soy te vragen’. Hij snelde weg naar een baristoapparaat dat waarschijnlijk evenveel kostte als 40,000 voedselpakketten voor Gaza.
Ik bleef niet alleen achter. Een vaste klant zat onderuitgezakt op een barkruk bekleed met Peruviaans lama-lammeren leer. (Vraag niet hoe ik dat weet.)
‘U verzamelt ook?’ vroeg hij met de air van een groot wild-jager in Afrika, die voor hij een neushoorn neerlegt eerst veertien lokalen omlegt. ‘Ze stonden in de weg en wie betaalt hier?’
‘Zeker,‘ antwoordde ik olijk, ‘maar horloges zijn als echtgenotes: na de vierde gaan ze op elkaar lijken’. Natuurlijk een grapje, ik ben nog steeds met mijn eerste vrouw getrouwd en die klaagt dat ik nog steeds op mezelf lijk.
Hij wees naar me: ‘Op een gegeven moment kun je niet alles meer dragen. Bijvoorbeeld, ik heb een Rolex Daytona van roze goud, die draag ik nooit’.
Mijn gedachten gingen naar mijn Mephisto schoenen, van mijn vader georven in 2003, hij kocht ze in 1990, in de uitverkoop sinds 1963. Begripvol keek ik de man aan: ‘Vertel mij wat. Je staat ervoor en denkt: “Gaat ‘m niet meer worden”!’
Onderwijl had ik het complete aanbod pre-owned horloges gescand. Het goedkoopste kostte zoveel als drie verdiepingen van mijn huis, en dat heeft er maar twee.
De Schaap en Citroen specialist kwam aanzetten met mijn espresso, zag me voor de toonkasten staan en vroeg enthousiast: ‘En, een keuze gemaakt?’ Ik stotterde: ‘Hebben jullie lege flesjes?’
______________________________________
Blog 1838 – July 20, 2026
MY FRIEND DIED

My friend Lex Robust has passed away. He died in a tragic accident: he fell from his sixth-floor balcony just as a truck full of feather pillows was driving past. He ended up underneath the truck.
It could have been worse: ending up inside the truck. Lex had an extreme feather allergy. At the age of seven, he ate a chicken wing with a feather still attached to it. On his twenty-first birthday, he woke up from a coma.
My friend had not been idle during those years, laying deliberately motionless and being washed by his Foster parents, who sued the government because “this was not included in the Foster Care agreements.”
When he woke up, he spoke fluent Mandarin, albeit with a strong Austrian accent, meaning no Chinese person understood him. Moreover, he was a master of the clarinet, which he unfortunately could not prove due to his severe asthma.
He rejected his predictable life path —kicked out by his Foster parents at eighteen, homelessness, drugs, and unaesthetic tattoos in the wrong places— for he believed that greatness lay within him. After he underwent surgery for a benign appendix, his surgeon told him that they had found nothing of value and advised Lex to tear up his donor declaration if he loved his fellow man. The doctor added that the removed appendix had been rejected even by the hospital’s rats.
My friend concluded that he had now sustained enough trauma to write an autobiography that could easily be turned into a hip-hop musical, a puzzle book for autistic people, and a documentary analyzing hidden clues regarding his fondness for raw squid.
The morning after he handed in the manuscript, his car exploded, the printer was poisoned with polonium-210, and his publisher ordered the construction of a house consisting of only a sixth floor.
So I lost a friend to whom I meant everything. In his will, he wrote that he wanted his ashes scattered over my head. At his cremation, a choir of 800 Jewish children had to sing the German national anthem, dressed in striped pajamas; and his fortune of 2.6 million had to go to the British Medical Institute Against Finding A Cure For Baldness.
______________________________________
Blog 1837 – July 18, 2026
WATCH! JOKES!

I don’t understand men who wear a real $68,000 Rolex and have a wife with breast implants.
A friend of mine is in a wheelchair and asked for an Omega Speedmaster for his birthday. Is the friend who gives him that watch nice or just cynical?
The iconic Cartier Tank watch was inspired by the British tank from World War I. Imagine if that vehicle had been shaped like a banana; would all those celebrities have been wearing banana-shaped watches ever since?
Times change! Frank Sinatra wore a gold Cartier and he had porcelain teeth. Now, rap stars have gold teeth and wear a steel Seiko.
I bought a watch collection for a fraction of the price! Audemars Piguet, Patek Philippe, you name it. The man who sold it now identifies as a woman, so guess what? The watches were too big!
The atomic bomb on Hiroshima fell at 8:15 a.m. In a museum, I saw a watch from Hiroshima belonging to a man who lived in the city center, and it showed 2 PM. That morning, he forgot to set his alarm clock!
My wife wears a cheap Casio watch that runs 24 hours a year behind! So when she said the other day, “The time has come to get a divorce,” I replied, “I don’t think so.”
My son told me that he understands people who are really crazy about their fake Rolexes. I replied, “I get that. I really love you as my son, and your mother told me that I am not your father.”
______________________________________
Blog 1836 – 13 juli 2026
BEN IK HET ECHT?

‘Ik ben zo terug,’ zei de tachtigplusser, mijn oude vriend Mourik, die ik graag heel nu en dan opzoek in zijn verzorgingshuis. Sinds hij Parkinson heeft, krijgt hij meer bekenden dan ooit over de vloer. Ik zei dat ik het triest voor hem vond, zo onverdiend na een mooi leven. ‘Klopt,’ antwoordde hij, ‘ik hoef al die mensen niet te zien!’
Hij ging even naar het toilet, en ik stond midden in de stille kamer, met de deur naar de gang open, zoals dat blijkbaar voor hem gewoon was. Na een halve minuut kwam een mevrouw achter een rollator voorbij en keek – uiteraard – naar binnen.
‘Dag, meneer Mourik.’
Dat kwam even aan bij me. Zag ik eruit als een 80-plusser, was de vrouw van het padje af, of zocht ze sinds 1978 naar haar bril? Ik liet me niet kennen.
‘Het kon niet beter, mevrouw De Groot!’
Ze glimlachte en schuifelde uit beeld. Nederland kent ruim 300.000 achternamen; ik schoot in één keer raak, danwel haar gehoorapparaat lag naast haar bril sinds 1978, of zij wilde mij niet kwetsen, komend uit een keihard gereformeerd gezin, of, wie weet, was haar grote liefde waar ze in de vijftiger jaren niet mee mocht verkeren (het jongmens had een klompvoet, waarvoor in naoorlogs Nederland geen schoen te vinden was, en een van een Duits merk was uit den boze), die jongeman heette De Groot?
Mijn bejaarde vriend was nog steeds bezig in het kleine kamertje. Ik hoorde er een derde rol toiletpapier aangebroken worden. (Neem maar aan dat ik weet hoe dat klinkt.)
Een pendule tikte meedogeloos de seconden van hardnekkig blijven leven in een instelling als deze aan elkaar. Ik begon bloemkool te ruiken, terwijl volgens een a4tje aan de muur met het ‘Menu van de Week’ de groente gepland was voor aanstaande zaterdag. Uit de gang klonk weer vriendelijk gepiep van rollatorwielen, nu uit de andere richting en in beeld verscheen dezelfde bloemetjesjurk. De beslist niet mevrouw de Groot stopte weer voor onze deur. Hoe graag had ik mijn vriend geraadpleegt: ‘Wat doe je tegen zoiets?’ maar achter de gesloten deur klonk voor de vierde maal stromend water. De vrouw, die beslist deel van een complot was, draaide haar hoofd naar me toe.
‘Dag, meneer De Groot.’
‘Ik heet Katadreuve,’ riep ik met een Belgisch accent, en nam me voor als ze me zou aanvallen, me met een encyclopedie te verdedigen. Zouden in seconden een dozijn bloemjurken verschijnen, lustend naar de hun ooit ontzegde De Groot? Ik zou in mijn vriend’s scootmobiel springen en met roekeloos 12km/uur door de gangen wegsnellen, achtervolgd ook door woedende verpleeg- en keukenstaf, de laatste scanderend: ‘Grijp de bloemkoolhater!’ De deur van het toilet ging open. Zijn broek nog dichtgespend, verscheen mijn vriend; hij keek naar zijn tehuisgenote op de gang en riep: ‘De Russen komen,’ waarop de vrouw wegschoot als een oudere die op het scherm van een Albert Heyn-zelfscankassa de mededeling ziet: ‘Steekproef’.
We zaten weer en ik wiste het zweet van mijn voorhoofd. ‘Zij is nog niet de ergste’, vertelde mijn vriend, ‘Een verdieping hoger is er mevrouw De Groot.’
Had zij zich in een verdieping vergist? Mijn vriend snoot zijn neus en vroeg: ‘Leuk dat je er bent, maar waarom noem je me Mourik?’
______________________________________
Blog 1835 – 10 juli 2026
ZEG NOOIT ZO NU EN DAN NOOIT

Wie was eerder: James Bond, met zijn enigmatisch ‘Never Say Never’, of Heintje Davids, toen ze zei: ‘Ik treed nooit meer op’. De Hollandse vedette deed deze uitspraak na een concert in 1988, terwijl ze stierf in 1975.
Het gaat om de taalkwestie: hoe nooit is nooit? Is het: als de Belastingdienst vraagt of je je oma onder druk zette jou €40.000 te schenken, en waarom ze overleed met rode striemen om haar hals? Of als je 16-jarige vriendin je wakker belt met de vraag of je met haar moeder (31 jaar) zou slapen, en daar lig je net naast? Of wanneer de rechter wil weten of je ooit na een studentenfeest op een Stolpersteen urineerde? En je corpsgenoten zingen: ‘Niemals, niemals!’ We bellen Siegfried Smalweide, muf neerlandicus, en in te huren als spellings-corrector van spandoeken voor antisemitische demonstraties.
– Siegfried, zeg je zelf wel eens ‘nooit’?
– Nooit.
– Dus soms, of geregeld, bij gelegenheid dan wel in geval van onafwendbaarheid?
– Nee, nee, het woord an sich, en ‘an sich’ bedoel ik niet, geurt naar kennis over de toekomst, die zelfs God niet had. Zijn creatie liep uit de hand, en toen kwam de zondvloed.
– Ja, Hij kon niet zeggen: ‘Dit had ik f***ing nooit verwacht’. Toch een stukje gezichtsverlies. Zou Allah niet overkomen.
– Dat niet-te-zeggen-woord is deterministisch. Zo bepalend, dus geen vrije wil? Stel dat je 400 jaar na je dood het allemaal anders had gedaan? Dat had je ‘nooit’ zien aankomen.
– Kortom, slavenhandelaren uit ons Glorieus Blank Verleden denken er nu anders over? Zo van: ‘In de zestiende eeuw hadden we toch nooit kunnen bevroeden dat ooit een ChatGPT ons zou verketteren. Laat onze standbeelden staan!’
– Een voorbeeld: bij een huwelijksvoltrekking wordt trouw tot de dood ons scheidt beloofd. De congregatie denkt stilletjes: ‘Romantisch, maar never nooit’.
– Afsluitend: ‘nooit’ zeggen vereist een onmogelijk inzicht in de toekomst?
– Waarvan we vroeger ‘nooit’ zeiden, is het heden. Denkt niet iedereen dat hij een James Bond is? ‘Ik kan nooit vervangen worden!’
______________________________________
Blog 1834 – July 9, 2026
VERY RANDOM ONE LINERS

In school, I learned that communism was a Jewish invention. I raised my hand and asked, “So were the Russian gulags closed on Saturdays?”
The Japanese like to fold tiny paper crane birds. If you fold a thousand, you
become impotent. That explains a lot.
I went to a restaurant with this woman. She cut her green peas into six parts.
I said, “My last bus goes at 1:00 am.”
You can’t joke about the Holocaust. Do you think the Zionists are going to wait 80 years before joking about Gaza?
Most Jews can’t stand that pedophilia is seen as worse than antisemitism.
When Turkish girls engage in oil wrestling, do they have to use virgin oil?
I rented an apartment. I’m not going to live there. I just like renting.
I don’t think the snouts of dolphins look cute. They look obscene.
I have a reverse watch. It tells how many hours I have until I die.
What did we call turtleneck collars before there were turtles?
______________________________________
Blog 1833 – 7 juli 2026
SCENE 131 –
HET GAAT NIET OM HET GELD

BK: Booking-Dot-Com klantenservice, met Jos, waarmee kan ik u van dienst zijn?
AZ: Ja, met Ari Zandstraat. Ik en mijn vrouw boekten een vakantie, nummer 289-FH-11229-SP.
BK: Dankuwel. Ik haal uw gegevens erbij. Ja, ik zie het al: vlucht naar Alicante.
AZ: Die hebben we gecanceld.
BK: Klopt, en dan twee weekjes in Hotel La Paloma Caliente. Goede keuze, heel populair.
AZ: Afgezegd.
BK: Ja, en tenslotte twee excursies: het museum van niet-ontplofte granaten tijdens de Spaanse burgeroorlog…
AZ: Hopeloos, slaan we over.
BK: …en een rondleiding over een archeologisch bijzondere vuilstortplaats.
AZ: De geur alleen al. Het ruikt naar miskoop.
BK: Meneer, u heeft alles geannuleerd, binnen de tijd, niets aan de hand. Dus wat kan ik voor u doen?
AZ: Die vlucht, heen en terug, vreselijke vertraging!
BK: Uiteraard: hoogseizoen. En u had ‘Met vertraging’ aangeklikt.
AZ: Wij willen compensatie voor die verspilling, die stress. Op de website zagen we dat is €200.
BK: Compensatie voor een vlucht die u niet gaat nemen?
AZ: We denken vooruit. Zo zijn we. Kun je iets van leren. Dan het hotel, de zwembadstoelen: op TikTok zag ik gasten om 4 uur ’s nachts op de vuist gaan voor het laatste kinderstoeltje. Er vloeide bloed. Het geval sneuvelde onder een obese Duitser. Vreselijk. Ik heb het filmpje acht keer bekeken. Die Paloma is dus doodgeboren, en bij ernstig tegenvallende ervaringen compenseert het hotel € 500.
BK: Voor een verblijf van nul dagen?
AZ: Emotie eerst, cijfers later. We gaan geen eensterreview geven. We zijn niet haatdragend. Cash mag ook.
BK: En de excursies? U vermoedde te weinig humor in het granatenmuseum, een antisemitisch accent van de gids? De vuilstortplaats: zie je 14 volle luiers, dan gaan ze daarna op elkaar lijken? En te weinig klimaatneutraal?
AZ: Zoiets. Het heeft vast historische waarde, maar ons zou het gaan tegenvallen. We weten nu perfect hoe we in acht weken erover zouden gedacht hebben. Dat we er op voorhand niet aan meedoen, is een dienst die we graag verlenen. Maar voor wat, betaal je wat. Als dat geld vlot kan komen, is dat welkom. Ik moet een aanbetaling doen op een auto.
BK: Die u niet gaat kopen?
AZ: Tuurlijk niet. Al die mensen die ik zou kunnen aanrijden, ik bespaar ze zoveel leed.
BK: U bent een fijn mens.
AZ: Weet ik, en nou wil ik doorverbonden worden met jullie klachtenafdeling.
BK: Er is iets te klagen?
AZ: Ja, Jos, dat gezeik van je!
______________________________________
Blog 1832 – 5 juli 2026
SCENE 130 – MEEWAAIEN OP DE WIND

Een grijzige directeurskamer met een directeur (DI), die troosteloos door een rapport bladert. Achter hem aan de wand: een portret van waarschijnlijk de oprichter van de onderneming, in onmiskenbaar Picasso-stijl. Het brengt als enig object wat kleur. Zachtjes komt een verlegen medewerker binnen (MW) en schuift in een stoel voor het grote bureau van DI, die gelijk van wal steekt.
DI: Goed je te zien.
MW: [Uiterst goedgeluimd] Fijn u te zien.
DI: [Serieus] Dat gaan we bekijken. Ik heb hier je laatste rapport. Lijvig, doorwerkt, onderbouwd, helder.
MW: [Olijk en vol zelfvertrouwen] Zoals u het wilt: top of the bill.
DI: [Vouwt zijn handen voor zich] Het is… absolute rommel. Elke gram toner besteed aan het printen van dit gedrocht was een verspilling.
MW: [Verrast, maar beslist] En het papier? Wat dacht u van het papier? Totaal weggegooid. Weerloze bomen zinloos gekapt. Ik hoor ze roepen, met moeite om boven de brute kettingzaag uit te komen: ‘Wee mij, wat is mijn lot? Blank a4, om te worden gekastijd met schaamteloos managementgebabbel?
DI: Mijn vraag is deze: hoe laag en hersenloos schat je mij in, het hogere management, je collega’s? Het kantinepersoneel, de nachtelijke schoonmakers? De tuiniers van onze kantoortuin? Is het vuig voetvolk? Een troosteloze massa, die het zout in de soep niet waard is?
MW: [Nu bedroefd] Het is veel erger. Mijn plan was iedereen te beledigen, al die fijne mensen, die steunen en toeverlaten, ook hun families, hun nog ongeboren kinderen, demente onwetende grootouders, huisdieren. Allen moesten lijden onder mijn beledigend epistel, doordrongen van corporate leegheid en grammatikale gruwel.
DI: Het lijkt me dat je er twijfels bij had, alsook een tweede scenario, misschien een derde, of geen twijfels überhaupt.
MW: Spijker op de kop. Ik beken, bij het indrukken van de laatste toets op mijn computer hing een geur van verraad, pleonasmen en excrement rond mijn tafel. Ik ben u zo dankbaar mijn misstap aan het licht te brengen. Spreek uw oordeel. [Laat zijn hoofd hangen]
DI: [Bladert een keer snel door het rapport.] Werk er nog een uurtje aan en dan is alles in orde. [Brede glimlach]
MW: Dat wilde ik net zeggen! In zestig minuten maak je er een meesterwerk van. Opnieuw ziet u het perfect. Nu al schieten me talloze verbeteringen te binnen. Soms weet je gewoon: een beetje dit, een snufje dat en de kers zit op de taart.
DI: Tussen ons gezegd: ik vond het werkelijk sterk, puntig, gewaagd.
MW: Is het ook, is het ook! Het zet dingen in beweging, biedt een frisse blik, de onderste steen boven.
DI: Je had het ook in je. Zonder dollen, woorden schoten me tekort. Een toppertje als ik ze hier vrijwel nooit zie. Jij bent de man.
MW: [Verlegen] Dat moment dat je zoiets aflevert, het is een triomf, dat voel je. Maar het is natuurlijk uw inspirerende leiderschap, uw uitstraling.
DI: [Schudt zijn hoofd] Nu moet ik je onderbreken. Ik ben niet inspirerend. Hoe ik in deze stoel belandde, is een raadsel. Aan mij straalt niets. Ik schaam me als sul zogenaamd boven jullie te staan. [Snikt]
MW: Zo denkt de hele afdeling erover, meneer de directeur. Wees gerust, wij allen vinden u een schlemiel, een sukkel, een nul in een pak.
DI: Ik kan wel huilen.
MW: Anders wij wel.
DI: [Resoluut] Maar dan lach ik! Hahaha! Ik ben toch een autoriteit, heb talent, dubbel IQ dan jullie kantoorstoelplakkers.
MW: Juiste woorden! Welk voortreffelijk inzicht. Bravo!
DI: [Begeleidt MW naar de deur] Ik zie je in scherp één uur met de meesterversie van dit vot.
MW: Beschouw het gedaan. [EXIT]
DI: [Roept in de gang] Juffrouw Mabel? [Een sexy secretaressetype komt binnen. DI sluit de deur, opent een lade en haalt een zweep tevoorschijn.]
MA: Het is dinsdag.
DI: Ach, ja natuurlijk, op dinsdag krijg ik ervan langs. [MA pakt de zweep. DI buigt voorover en laat zijn broek zakken.]
______________________________________
Blog 1831 – 30 juni 2026
POST WK AAN DE BAR

De barman zet twee fluitjes neer voor het mistroostige duo aan de toog. We kennen ze van o.a. Blog 1608.
– Als je het mij vraagt…
– Doe ik niet.
– Als je het mij vraagt: alle Nederlandse Marokkanen, en alle Marokkaanse Nederlanders, ook buiten de Randstad, ook die 61, allen die de winst van hun narcostaat vierden, moeten hun koffers pakken, bibliotheekkaart inleveren, Zalando-abonnement opzeggen, ov-kaart opeten, hun Hollandse vlag doneren aan de kringloop, geen voet meer zetten in de HEMA, vul maar in.
– Waar hebben we het over? Het was maar impulsgedrag.
– Dat zeiden de bewakers in Auschwitz ook. En dan nog iets. Dit is de derde keer dat Oranje met strafschoppen verliest. Dus dit is de aanpak voor de volgende keer: alleen penalties oefenen.
– Pakkend, maar er is nog zoiets als 90 minuten plus verlenging vóór penalties?
– Dat is punt twee van de Nieuwe Training: Reactief spelen. Scoren zij niet, dan wij niet. Het gaat om de gelijkstand halen, en vervolgens winnen door je forte: man tegen doelman.
– Stel je scoort per ongeluk?
– Nee, nee, nee, je staat voor een open doel, schiet naast en dat kunnen we. Vannacht weer bewezen.
– Stel de tegenstander jast er onbedoeld twee in?
– Dat is numero twee van de Nieuwe Training: soms ook scoren.
– Voor het evenwicht?
– Je snapt het. Zij drie erin? Jij drie erin. Het is ook vrienden blijven.
– Sorry, maar voetbal is oorlog.
– Tuurlijk, de beste oorlog voer je tegen je vrienden. Wie zijn de betrouwbaarste mensen die we kennen? Duitsers. Say no more. Met wie kunnen we het meeste lachen? De Engelsen, hadden we vier oorlogen mee. En afgezien van drie, wonnen we ze allemaal. En dit: wat is het paradijs op aarde? Frankrijk, en Napoleon veroverde ons tussen de soep en de aardappelen. We hielden van alles aan over.
– Huisnummers, achternamen, burgerlijk recht.
– Ik dacht meer aan gonorroe, syfilis en chlamydia.
– En wie gaat dat Nieuwe Voetbal bijbrengen aan ons Gouden Elftal?
– Achmed Abutaleb.
– En zijn training gaat in het Berbers?
– Tuurlijk. We discrimineren niet, maar volgend WK bestaat Oranje 110% uit ‘s Neerlands Marokkanen.
– Dan geen oranje tompouce, maar oranje döner? Red Bull in plaats van Aperol Spritz?
– Exact. En niet ‘Olé, olé, olé, oléééé’ maar: ‘Je moedur, je moedur, je moedur’. Sjon, doe jij een bakkie vlammetjes voor ons?
______________________________________
Blog 1830 – June 28, 2026
A MAN WEARS A WATCH

“Wow! What did you pay for that watch?” my friend asked, pointing at the Blue Beauty at my wrist. “A month’s salary,” I replied, “And you know what? I wish I earned that in a month!”
I’m kidding; this is not true. I don’t have a friend.
But seriously, I did buy a new watch this week. It’s water resistant to 300 meters deep. The salesman giggled, “Just what you need in the Netherlands.” I looked him straight in the eye and said, “The deepest water in our country is 25 meters. Suppose I dive at that spot six times up and down, which equals 300 meters, and the watch doesn’t hold up; do I get a refund?”
“Certainly,” he answered, swiping the sweat of his forehead with the little pillow the watch came with. “And do you know why this masterpiece is called the ‘Pierce Brosnan James Bond’ watch?” He got me there. I said, “With this watch, you are allowed to double park in Monte Carlo?” “Almost,” he replied, “with this Omega Seamaster on your wrist —like in Pierce’s days— you get women in your bed without consent.”
You know me, I said, “Cash AND credit card!!”
I’m kidding; this is not true. When it comes to women, I sleep on the couch.
Anyway, this afternoon, the Blue Beauty enriching my presence, I wanted to go to my fitness club for a swim. Usually I don’t close my locker (who wants to steal socks from a 60+ Caucasian?), but this time, I was going to lock up my clothing and The Watch. Yes, you can swim with the masterpiece, but I was thinking of the pollution in the water. I asked a staff member, “How often do you fill the pool with new water?” He answered, “Every even year: 2000, 2010, 2020…”
Now, I don’t have a padlock, so I borrowed the one from my son. I asked him what the number was. He replied, ‘The day you always forget.’ ‘My wedding day?’ ‘No.’ ‘Mom’s birthday?’ ‘No.’ ‘Your birthday?’ ‘Yes…’
I told him I loved him more than my Omega. He nodded and said, “Fuck off.”
______________________________________
Blog 1829 – 25 juni 2026
SCENE 129 – SPITTING IMAGE

Een Porscheshowroom. Geen klant te zien, lounge-muziek en de geur van geld. Wie ooit zei dat geld niet ruikt, reed geen luxeautomobiel. Een klant loopt binnen (KL). Hij maakt een merkwaardige indruk, alsof hij gesminckt is voor een schoolmusical, of zich zo uitdost om aan een internationaal arrestatiebevel te ontkomen. Verder heel aardig. Een jonge medewerker kijkt op van zijn tablet (MW).
KL: [Amicaal] Goedemiddag, ik ben hier om mijn gerestaureerde Porsche op te halen. De witte 911.
MW: [Argwanend] Een bonnetje heeft u niet bij u, neem ik aan?
KL: Vanwaar die bureaucratie? Bonnetjes? We spraken elkaar vorige week, toen ik mijn beauty langsbracht. Dat herinner je je, Kees?
MW: Het is Dennis en u bent niet de eigenaar van dure Volkswagen. Die persoon staat nog scherp op mijn netvlies.
KL: Aha! Daar gaan we: de man was kaal. Ik ben kaal.
MW: Ja, vanmorgen onder de douche geschoren. Er hangt om u de lucht van Axe bij de Lidl gekocht.
KL: Geschoren? Hoe komt u in hemelsnaam daarbij?
KL: Kijk eens in de spiegel, meneer. Iedereen ziet die Gilette snijwonden. Ik tel er acht. En dan: de persoon vorige week droeg een maatpak.
MW: Sorry, ik draag een maatpak.
KL: Correct, maar het houdt geen rekening met een extra 22 kilo buikvet.
KL: Dit is allemaal heel beledigend. Toen ik langskwam, zaten we in die hoek. U serveerde mij een cappuccino, waarvan het ‘hartje’ mislukt was, waarvoor u zich breed excuseerde. Het is me zo goed bijgebleven.
KL: [Ineens emotioneel] Dat hartje lukte niet, want het mijne lag in scherven. Het was net uit met mijn Yara, die godin aan de kassa bij Aktion. Ik twijfelde tussen zelfmoord en een vlogger worden. Mijn baas overtuigde me toch te komen werken. Hij zei: ‘Zometeen heb een tijdelijke vervanger voor je van Randstad, die veel beter bevalt. Dan ben ik gedwongen van je te laten gaan. En je weet hoe slecht ik speech op afscheidsfeestjes’.
MW: Goh, nu begrijp ik het pas. Hoe koud moet het geklonken hebben toen ik vroeg: ‘Dit cappucino-hartje, is dat geïnspireerd op een runderhart?’
KL: Ik hoorde het niet, want er was meer: mijn moeder lag in het ziekenhuis. Ze had een longtransplantatie nodig en er was geen donor te vinden. Oom Bob wilde wel, maar hij rookte al 50 jaar Zware Van Nelle.
KL: En uw moeder?
MW: 50 jaar Camel.
[Een garagemedewerker (GM) komt aanlopen; de man is eind vijftig, lijkt niet echt slim en draagt een bril met enorm dikke, ook wat vettige glazen.]
GM: Ah! De meneer van de 911? Die is klaar. Hier zijn uw sleutels. Rekening is al voldaan. Hij staat voor de deur.
[Dit ontgaat MW volledig, die in zijn handen zit te snikken. KL neemt de sleutels aan en sluipt weg. Seconden verstrijken en een andere man verschijnt: kaal en waarachtig maatpak (AM). Hij lijkt het origineel, dat KL slinks kopieerde. ]
AM: [Ziet MW snikken.] Ik kom ongelegen? Ik ben er voor mijn Porsche 911. We spraken elkaar vorige week…? [Op de achtergrond horen we een vintage Porsche wegrijden.]
KL: [Ontsteekt in woede.] En wat wilt u? Nu wél een geslaagd hartje in uw cappuccino? Een extra waslaagje op uw auto? In het handschoenenvak een zakje Nazi-drop? Een ‘trophy’-blondine op de bijrijdersstoel? [Loopt snikkend weg, AM onthutst achterlatend. Een directeur komt aangesneld (DI).]
DI: Vergeef hem. Morgen wordt hij vervangen door een Oekraïner. Eh… laat me raden: u zoekt een gloednieuwe Porsche.
______________________________________
Blog 1828 – 22 juni 2026
THOSE HOT SUMMERS

Hot summers bring many happy childhood memories. Not for me.
As a kid I had red hair, and as you know, redheads are very sensitive to the sun. For school, I had to read Hemingway’s The Sun Also Rises. I got to page five, then I had a paralysis.
I was 11 years old, and we were told about the Holocaust. I thought it meant sending people to the beach.
The neighbor told me, during hot summers, his father would fry an egg on the hood of his car. My father would fry an egg on my forehead.
Mother gave me 50 cents to buy ice cream from a street vendor. I told her, “For me to walk over to the car, that’ll cost you €50.”
During summer, I used to walk under an umbrella. A kid stole it. I indicted him with “attempted murder.”
My childhood dream was to be a ‘reverse ice bear’ and do a winter sleep from May to September.
My skin reacts unfavorably to the sun. I became the poster child for toasted bread.
Sunlight is not for me. The first time, I wore sunglasses was at my baby shower.
Those days are gone. The red hair is gone. No more eggs fried on my forehead. When I fall asleep in the sun, my family used my top to bake a pizza.
______________________________________
Blog 1827 – 20 juni 2026
DE DOODZONDE

Onderweg naar de directeur, liep Franz Kafka enigszins sneller dan hem aangenaam was achter de assistente aan, die telkens controlerend omkeek, daarmee de suggestie van een onzichtbare lijband opwekkend. Hij keek om zich heen, door deze gangen, zo kleurrijk, aangenaam geurend, met heldere ramen waardoorheen de medewerkers van de uitgeverij konden worden geobserveerd, die opgewekt en energiek leken.
‘Juffrouw, waarom is alles hier zo olijk en vreugedevol?
‘Ja, meneer Kafka, dat is omdat u onze topschrijver bent, en niet interieurontwerper of hr-chef.’
Al zijn adem had hij nodig om het forse tempo aan te houden; een weerwoord op de smadelijke opmerking zou er niet van komen. De deur naar de directeurskamer ging open; de twee stapten binnen, in deze ruimte waarvan Franz alleen de echo kende tijdens telefoongesprekken over auteurscorrecties, omslagontwerpen en of ditmaal de inkt wel milieusympathiek zou zijn. De directeur was nog aan de telefoon en gebaarde de schrijver te gaan zitten, wat begrijpelijk was, maar ook wellicht onhoffelijk – zolang de grote chef zelf nog stond – en zeker lastig door het geheel ontbreken van stoelen of banken, zodat Kafka ging staan op een plek van het tapijt waar afdrukken van stoelpoten waren te zien. Het telefoongesprek kwam ten einde en de directeur zwaaide ontstemd, verward en dramatisch met een manuscript, het laatste door de schrijver afgeleverd, waarna hij het op zijn bureau neersloeg, stof in alle richtingen opwerpend.
‘Je begrijpt het’, riep de man en zijn snor vibreerde geërgerd na. ‘Nee’, antwoordde Kafka, schuchter en verrast, en hij draaide om naar de assistente in een hoek, die diep, diep zuchtte, haar gezicht met een hand verborg. ‘Nee was niet het juiste antwoord’, zei een stem in zijn hoofd, die hij wist te vertrouwen. Zoals de vorige dag bijvoorbeeld had zij hem belet een racepaard te kopen, totaal vergeten hebbende dat zijn huisbaas geen racepaarden tolereert vanaf de vijfde verdieping. Nu begreep hij hoe Robespierre zich tijdens zijn uitzichtsloze proces gevoeld moest hebben, toen de vraag klonk: ‘U bent Robespierre?’
‘Mijn manuscript overstijgt al mijn vorige werken, en ook in de breedte zet het punten op alle i’s en zelfs het aantal komma’s is een fraai priemgetal.’
Dit verweer dat critici later omschreven als het kind van Socrates’ pleidooi en Oscar Wildes dupliek, daar in die directeurskamer, waar vele generaties geportretteerde bedrijfsleiders priemend naar de plek in het tapijt tuurden waar ooit een stoel stond, deze dag ging het in rook op. De directeur sloeg met zijn vuist op tafel, trof daarbij een onschatbaar duur Ming dynasty ceramisch beeldje, een hoogst zeldzame Jugendstil inktpot, en de rest van zijn Pink Frosted donut, wat tezamen overtuigde: we begrijpen elkaar bijna.
‘Franz, alles wat we van je uitgaven, was de gouden kers op de zure taart van die overige schrijvers in ons fonds. Letterneukers zijn het! Maar nu? Wat doe je me aan? Je laatste werk… het is niet… het is niet…’
Taalkundig kon het niet, maar Kafka verwachtte toch ‘doodstraf’. Het was veel erger. In de seconden van pijnlijke stilte, verbleekte de directeur zo, het manuscript op tafel oogde in vergelijking met hem lichtbruin.
‘Franz, ik moet het zeggen: je boek is niet Kafkaësk.’ In de hoek van de kamer begon de assistente te snikken en vanuit de gang klonk geen voetstap of stem meer. De pendule op de haard (een Lodewijk XV, verguld, bronzen en gepatineerd, toegeschreven aan Jean-Joseph de Saint-Germain, midden 18e eeuw) stopte. De schrijver haalde voor het eerst sinds het betreden van het vertrek adem, maakte zijn stropdas iets los, en toen weer vast, en toen weer los.
‘U schertst! Alles wat uit mijn handen komt, is Kafkaësk. Gisteren gaf ik een kruidenier mijn boodschappenlijstje. Vannacht verhing de man zich. Een buurman klopte ik op de schouder. Morgen marcheert hij weg met het Vreemdelingenlegioen. Ik complimenteerde mijn hospita met haar baby. De kleine is geadopteerd door iemand in Botswana.’
De directeur krabbelde overeind, liep op Kafka af, begeleidde hem naar de uitgang en probeerde een laatste maal te hem bewegen.
‘Franz, jij kent het publiek tot in hun burgerlijke poriën. Ze willen angst, beklemming, zinloosheid, machteloosheid. En ik heb nog 15.000 T-shirts liggen met jouw spreuk: ‘Hoe kan men zich in de wereld verheugen, anders dan door ernaartoe te vluchten?’ Die wil ik ook kwijt!
Even later staat Kafka weer op straat, transpirerend, duizelend, niets zag hij meer scherp. Toen stond plotsklaps een jonge vrouw voor hem en zei: ‘U bent Kafka! Mijn held! Wilt u dit signeren?’ Als verdoofd zette hij zijn handtekening in een boek van hem dat zij hem voorhield. De jonge vrouw holde weg en riep nog: ‘Bedankt! Ik lees het vanavond uit en spring dan van een brug!’
______________________________________
Blog 1826 – 17 juni 2026
UZMERKINSJABAL AAN DE BAL

Het WK voetbal: wie houdt het vol tot de plaspauze op 19 juli? Wie roept niet: ‘OMG!’ wanneer de verslaggever brult: ‘Messiiiiiiiiiiiii!’ En applaudisseren we niet allemaal omdat een 40-plusser nog mag meedoen? ‘Ronaldooooooo!’
Deze keer spelen nieuwe landen mee. Neem nu Uzmerkinsjanbal. De natie kent voetbal pas sinds 1963. In 1986 importeerde het de eerste voetbal. In 2011 begrepen de spelers pas dat je je voor de wedstrijd niet hoefde in te smeren met kamelenvet, en een gele kaart niet voor consumptie is. Het land voerde wettelijk pas in 2023 ontbijt in.
We bellen met Serdar Berdimuha- medow, naamgenoot van Hawoda- miroseh Radser. (Volgend jaar voert Uzmerkinsjanbal spelling in.) Hij is de voetbaltrainer, mentor, masseur en koppelt je 7-jarige dochter aan geweldige mannen van prestige.
– Meneer Serdar, hoe is het in Amerika te zijn?
– Tragisch: iedereen praat ‘Amerikaans’. Ik zeg de hele dag: ‘Het spijt me’.
– Ziet u overeenkomsten met thuis?
– Zeker: die tienduizenden in de grote steden die in tentjes in de parken wonen. Ik vraag ze steeds: ‘U bent ook een Beduïne?’
– Wat vinden uw spelers van de Amerikaanse meisjes?
– Ze zijn verward. Nooit eerder zagen ze jonge vrouwen met een volledig gebit.
– Leert u van andere trainers?
– Jazeker, zoals tijdens een wedstrijd in een Armani-pak, je handen in de zakken, voor de spelersbank te ijsberen, en geagiteerd naar voren te wijzen.
– Dat werkt?
– Het verdient. Wie wil niet wegrijden in een Aston Martin, door je open raam de journalisten toeroepend: ‘Voor het publiek waren wij de winnaars’ ?
– Tenslotte, waar ligt Uzmerkinsjanbal?
– Je stijgt op in Turkmenistan, ontwijkt een raket uit Azerbeidzjan, negeert een bevel tot te landen uit Kazachstan, begrijpt dat Kyrgyzstans eerste vliegveld klaar is in 2077, en landt omdat je Russische kerosine eigenlijk oud bakvet was.
– En waar je neerkomt is Uzmerkins- janbal?
– Precies, en heb respect voor ons. We hebben maar vier voetballers; de overige zeven zijn Uzmerkinsjanbalse Joden. Je kent ze: geen greintje gevoel voor de bal.
______________________________________
Blog 1825 – 15 juni 2026
SCENE 128 – OMEGA vs DREFT

De veiligheidsdeur van de high-end juwelier gaat automatisch en langzaam open. Een professioneel verveelde bewaker (BW) knikt de klant (KL) vriendelijk toe. KL gaat op de balie af. Nog voor de gesoigneerde verkoper erachter (JU) iets kan zeggen, mompelt KL iets.
KL: Ik heb een lastige vraag.
JU: Er zijn geen lastige vragen, enkel schitterende uurwerken.
KL: Ja, kijk, ik doe de afwas bij ons thuis en…
JU: …u wilt precies weten hoe lang dat duurt? Dan heb ik voor u deze Breitling Premier B25 Datora 42. Gedecen- treerde secondewijzer, chronograaf, en zelfs Maanstand.
KL: Maanstand? Voor wanneer ik in het holst van de nacht afwas?
JU: [Brede glimlach] Het zou zo maar kunnen.
KL: Die prijs €15.200, daarvoor krijg ik inclusief een Siemens inbouwkeuken?
JU: Meneer, ik verdoe uw tijd. Wat is uw wens?
KL: Een horloge dat tegen spatten kan. Ik draag altijd deze. [Toont een vergeeld vintage mormel aan zijn pols.] Ooit van mijn vader.
JU: Ik ga niet eens raden: uw vader is dood? Een plus een is twee. Meneer, dit geval, een belediging van het woord uurwerk. Houdt u van uw vrouw?
KL: Wat is het verband?
JU: En zij respecteert u voor uw afwasbijdrage aan uw gemeen- schappelijk paradijsje op aarde?
KL: Grote woorden, maar een glimlach kan er soms wel bij haar af.
JU: O, la, la. U bevindt zich op een hellend vlak, en nog bevroren ook. Vraagt een duurzame huwelijksband investeringen?
KL: Zeker, afgelopen weekend, een bos bloemen van €17,50.
JU: Meneer, ik verspil mijn tijd. Een uurwerk afwasbestendig, dat is de ultieme liefdesverklaring. Wilt u uw relatie op het spel zetten? Zeg maar ‘nee’.
KL: Nee.
JU: Moedig! Dan is dit de huwelijkskurk om op te drijven. Rekening houdend met uw frugale budget: de Omega Seamaster Pro 300m. [Toont een exemplaar.] Waterdicht tot op 300 meter.
KL: Niet om het een of ander, maar onze spoelbak is 25cm diep.
JU: [Knikt veelbetekenend] Aha! U gaat het begrijpen. Wordt liefde gemeten met een liniaal?
KL: Niet door Shakespeare.
JU: Verdient passie niet absolute garantie?
KL: Ik heb al een afwasmiddel van hoge kwaliteit. Toegegeven, we kopen het wanneer het in de bonus is.
JU: Deze Omega Seamaster is uw bonus voor een leven lang geluk.
KL: €6.800? Dat noem ik een hypotheek.
JU: Nee, nee. Uw partner zal vragen: ‘Waarom zo’n mooi sieraad aan je pols, lieveling?’ En u antwoordt: ‘Zodat tenminste iets aan me straalt naast jouw oogverblindende schoonheid’. [KL’s mobiel gaat.]
KL: Pardon, momentje. [In zijn mobiel] Ja, schat (…) Ja, nou, laten we maar doen. [Kijkt JU zelfverzekerd aan. Een moment van stilte.]
JU: [Ziet de bui al hangen en vraagt zuur:] Ze wil scheiden?
KL: Een prachtige vaatwasser is in de aanbieding. Bij aanschaf een Casio digitaal horloge cadeau.
JU: Security! Verwijder dit mens! [KL wordt uit de zaak gegooid. De bewaker zegt zacht tegen KL, terwijl deze over het trottoir rolt:]
BW: Ik heb ook een Casio.
KL: En een vaatwasser?
BW: Ja joh, Made in Germany. Ze heet Ute.
______________________________________
Blog 1824 – 13 juni 2026
WEET U HET ZEKER?

Naast de deur van de lift bevond zich het vertrouwde roestvrijstalen paneel, waar vette vingers zo goed zichtbaar op zijn. Hij drukte op de bovenste knop en die lichtte op; het mechanisch geheel erkende de aanwezigheid en het verlangen van een mens. Echter, nog een knop werd verlicht en daaronder stond een regel zakelijk in het metaal gefreesd: ‘Weet u het zeker?’
Frederik, die zijn hand nog niet had teruggetrokken, keek verrast en geërgerd naar die tweede knop. Helemaal niets was mis met hem; sterker nog, dat hij twijfelachtig of komisch kon worden beoordeeld, werd tweemaal jaarlijks ontkend tijdens zijn beoordelingsgesprekken. Frederik was betrouwbaar, discreet en – tussen ons gezegd – suf; de onmogelijkheid iets fout aan hem te vinden frustreerde zijn superieuren mateloos. Ja, het verzoek om de lift ‘wist hij zeker’.
De gang liep hij nooit eerder door en deze lift nam hij voor het eerst. Nog eenmaal keek hij achterom. Vier tonen grijs, muisgrijze stilte. ‘Waar is Kafka als je hem nodig hebt?’ schoot hem te binnen.
De lift kwam, stopte met meelijwekkend gepiep, opende zich en een lucht van boenwas en tamelijk oude smeerolie kwam naar buiten. Frederik stapte naar binnen. Direct links zag hij de knoppen: enkel even etages, met uitzondering van 22, 14 en 6. Als iedereen dacht hij: ‘Geen vragen stellen’, en ging voor ‘Begane Grond’. De deuren sloten zich. Iets zei hem dat nu liftmuziek uit Rusland zou gaan klinken. Liftmuzak-muziek uit Rusland weerklonk. Frederik moest aan Trotski denken, die naar Mexico vluchtte, en daardoor aan zijn vierde vriendin, een Mexicaanse, die hem overtuigde na hun affaire enkel nog te zeggen dat hij in zijn leven maar drie vriendinnen had. Langzaam draaide hij zich om. De lift was geen lift: niet de drie m2 waar je nutteloos seconden telt, in angst dat anderen je ruiken, met dat veel grotere ongemak anderen te ruiken. De lift was een gang: aan de ene zijde het knoppenpaneel; de andere zijde ging het de diepte in. Die nacht had hij gedroomd dat hij chauffeur was van een verhuisvracht- wagen die in een sneeuwstorm midden op Antarctica tot stilstand kwam en naast zijn cabine een pinguïn zag die heftig ‘Ja’ knikte. Direct begreep hij dat dit niets te maken had met deze lift, dus hij liep de gang in.
Achter hem hield de Soviet-playlist abrupt op: de naald werd uit de groef gehaald.
De ruimte kwam Frederik toch bekend voor: een donkere, eindeloze gang, wazig, niet echt in de verte kunnen kijken, enkel hoor je je eigen voet- stappen. Toen werd het onaangenaam, want de voetstappen die hij hoorde, waren niet de zijne. Links kwam een hond in beeld, rustig leunend tegen de wand. Zou hij zich belachelijk maken als hij het dier vroeg: ‘Dit gaat naar de begane grond?’
De hond, een Duitse herder, oorspronkelijk uit Sudetenland (zijn grommen klonk nog Tsjechisch), keek hem al vlot welwillend aan, en sprak: ‘Ik kan praten. Geen probleem. Het is maar inkt op papier’.
Frederik speelde vriendelijk mee: ‘Dit gaat naar de begane grond?’ Het beest schudde zijn kop, haalde diep adem. ‘Dat angstvallig streven naar het gemiddelde van het gemiddelde. Is het weten of zelfbedrog?’
Onze man vreesde met een nazaat van de hond van Aristoteles te maken te hebben en vulde voorzichtig aan: ‘Ik heb een lunchafspraak in het gebouw hiernaast en verschijn ik niet, dan procedeert die advocate me terug naar het stenen tijdperk’.
Wolfie hield star vol: ‘Alleen zelfbedrog overtuigt mensen dat ze controle over zichzelf hebben’.
De liftdeuren openden zich plots – begane grond – en een oogver- blindende hoeveelheid licht stroomde binnen. Frederik stapte naar buiten, draaide zich nog een keer naar de herder en zei: ‘Vraagt iemand: ‘Weet u het zeker?’, antwoordt: ‘Ik doe alles voor een bak Chappi, en wee de publicatie van mijn dagboeken’.
______________________________________
Blog 1823 – 11 juni 2026
EVEN GEEN EX

Franz’ telefoon ging over en het stoorde eens een keer niet. Hij had zojuist een boek dichtgeslagen (hij las het als literair maagd ook in 2004), zittend op zijn balkon met uitzicht op balkons waar urbanisten als hij boeken lazen, want dat hadden we allemaal gezien op de visualisaties van de verkopers van deze stijlvolle appartementen op 10 minuten van het centrum.
Het pak papier sluitend wist hij het zeker: hij was geen herlezer. Natuurlijk, alle respect voor mensen die een roman drie-vier keer ter hand nemen in hun leven. Neem D, op die vernissage laatst, die verhaalde voor de vijfde maal Lolita te hebben gelezen. Terwijl de overigen met prosecco in de hand stilbleven, vroeg Franz: ‘En, nu ben je eindelijk pedofiel?’
[Een dik boek dat dichtgeslagen wordt, maakt trouwens een fraai geluid. Onze protagonist op zijn balkon realiseerde dit voor een zoveelste maal, en het deed hem denken – zonder morbide te willen zijn – aan de mens zijn laatste adem. Alle ingrediënten komen overeen: we stoppen ermee; ik wens u het beste en mijn erfenis is meer gedoe dan gewin.]
‘Sorry, hallo, waar gaat dit over?’ Dit schoot door zijn hoofd toen hij de naam Anne op zijn mobiel zag. Twee jaar terug belde Anne, zijn moeder, want er was nog een forse rekening te voldoen. In haar verzorgingshuis trad een Elvis-imitator op en zij had de man – al zijn 137 kilo – naar haar kamer gesleurd. Blijkbaar factureerde hij €2.500 voor dergelijke ‘after-service’. De kleinzoon wist direct dat het een scam was: mama stond sinds 2001 op zijn schoorsteenmantel in een standaardurn.
De beller ditmaal was die andere Anna. Wie was Anna 2? Mannen willen betekenisvolle relaties; een maatje voor het leven; een conversatiepartner die je altijd verrast. Zij was min of meer het omgekeerde. Je wist gelijk: ik ben een derdeklassepassagier, zij de Titanic; ik vind haar het ideaal, zij had seks met 323 man vóór mij. Franz sprong op uit zijn designstoel.
– Joh, Anna, eh… lang geleden?
– OMG, super dat je opneemt. Ik heb zó’n hekel aan antwoordapparaten. Ik sprak een keer in: ‘Hoi, ik ben zwanger van je’. Wat dacht je? Zijn blijkbare echtgenote maakte twintig mille naar me over.
Haar stem klonk precies als in hun stomig-tragische verleden.
– Hum, ja, zo lopen dingen. Wat kan ik voor je doen? Hoe gaat het? Je leeft nog?
Franz begreep absoluut niet waarom hij zich zo neutraal tegen deze ex gedroeg, maar dat was zijn lot als nice guy.
– Ik zie je vrijdag om 19 uur in de Burj. Kennen we nog van vroeger en keurig neutraal terrein.
– Ik dacht het niet. Zoek eens terug in je agenda. Het is een soort van uit tussen ons.
– Jij altijd met je details. Ik heb een megabelangrijke vraag en die stel ik alleen onder vier ogen. Zorg dat je er bent.
Franz begon te panikeren.
– Die dag zit ik om zeven uur bij de huisarts.
– Jij bent zelf arts.
We zien hem in witte jas, stethoscoop om de nek, geknield in een dokterspraktijk voor de behandeltafel, met daarop een zeer obese vrouw in een strakke rode jurk. Franz kijkt ons aan en zegt: ‘Ik bén arts’. Met een hamertje klopt hij stevig net onder een knieschijf van de vrouw. Haar been beweegt niet en ze roept luid: ‘Au!’
Anna ging verder: ‘Als je wat hebt, vraag het ChatGPT. Tot vrijdag.’
Ze hing op en Franz belde direct terug, maar begon niet aan een ‘boodschap achterlaten’. Even lag zijn mobiel stil voor hem, en ging weer over. Een onbekend nummer.
– ‘Hallo?’
– Met mij.
Een vrouwenstem uit de prijsklasse van Anna: een ex die prachtige herinneringen achterliet en al zijn keramiek stukwierp.
– Kate, je belt om te vragen of ik nog een bord over heb?
– Ja, nee, dat is eeuwen geleden.
– Als ik hier loop, knarst het nog onder mijn schoenen. Maar vooruit, je belt?
– Franz, we moeten elkaar zien.
– Eh… zeg niet dat het megabelangrijk is.
– Het is wel urgent. Jij bent de enige die kan helpen en dit kan niet aan de telefoon. Je kent de Burj nog? Ik ben vrijdag in de stad. Schikt 19 uur?
– Lastig, zeg maar nee.
– Tuurlijk wel. Maak tijd voor me, for old times’ sake. Ik moet ophangen. Tot dan.
Kate hing op. Franz besloot tegen wie nu ook zou bellen te zeggen… en zijn telefoon ging over. Geagiteerd nam hij op.
– Ik ben vrijdag om 19 uur bezet!
– Rustig! Lotte hier. Sorry dat ik na al die jaren bel. Zullen we het verleden het verleden laten? Er is iets gebeurd en ik moet je zien.
Franz kreeg de thousand-yard stare en mompelde:
– Ik zie je vrijdag, in de Burj, 19 uur.
______________________________________
Blog 1822 – 9 juni 2026
‘DEUTSCHLAND ÜBER ALLES’
OP DE DAM

‘Über Alles’ weerklinkt op de Dam. Oud-Amsterdammers mompelen ‘Jésus Keuristus’; duiven houden hun oren dicht. De Duitse president fluistert naar Willem-Alexander aan zijn zijde: ‘Dat spelen jullie beter dan destijds’.
De buurman is met zijn vrouw op staatsbezoek. Of is het familiebezoek? Máxima merkt olijk op dat zij naar school ging met kinderen van Duitschen Bloed. Ze hebben zóveel gemeen. President Frank-Walter Steinmeier vraagt ons staatshoofd: ‘Word jij ook zo moe van die vraag: ‘Wat doet u nou eigenlijk de hele dag?” ‘ W-A maakt het koninklijk gebaar van ‘Breek me de bek niet open’, en het is tijd voor inspectie van de wacht.
Het hoogwaardig viertal loopt strak langs de fine fleur van onze krijgsmacht. De president merkt discreet op dat investeren in drones een goed idee is. Máxima wijst zijn vrouw op de Bijenkorf: ‘Heel leuke winkel. Ik mag er na sluitingstijd binnen; de rest van de dag hoor je er alleen Chinees en Japans’.
Volgend programmapunt – God betere het –: bezoek aan het Holocaust- museum. In de auto onderweg:
Steinmeier: Jullie Rembrandts heb ik wel gehad, maar het Holocaust- museum?
Máxima: We hebben geen Palestijns museum. Ha, ha, ha!
Willem-Alexander: Het heb een leuke gift store en een prima restaurant.
Frau Steinmeier: En ik neem aan KZ-overlevenden met verhalen als: ‘De hele treinreis naar Auschwitz, we moesten staan!’
W-A.: Vrienden, gewoon triest kijken, en geen slimme opmerkingen als: ‘Zonder leningen van de Rothschild-bank was er geen Tweede Wereldoorlog geweest’.
Driekwartier later, in de auto terug:
Stein: Willem, toegegeven, het restaurant was prima, maar hun pretzels!
Frau Stein: En ik miste er ‘Ersatzkaffee’. [WA en Máx kijken verbaasd.] Grapje!
Máx: Hoe vonden jullie die Halsema met: ‘Onderscheid maken tussen internationale politiek en de Joodse gemeenschap’.
W-A.: Serieus, haal de Joden uit de internationale politiek, wat hou je over?
Frau Stein: Willem, je bent… antisemiet! [Alle vier lachen enorm.]
______________________________________
Blog 1821 – June 6, 2026
TAXI DRIVER AT 50

New York’s Tribeca Film Festival, a great applause as we celebrate Taxi Driver, made 50 years ago. Martin Scorsese, Robert De Niro, Jodie Foster, and screenwriter Paul Schrader walk on stage. De Niro is the first at the microphone:
“Thank you. For me, the most important aspect of Taxi Driver is that it documented I had, unequivocally, at one time in my life, a tight belly.
And, Jody was only 12 at the time. What a career followed! She made merely one mistake on that trail; she had the gap between her front teeth corrected.
A zillion times since then, I’ve been asked how I improvised the line “Are you talking to me?” Frankly, it wasn’t brilliance. I was a bit of an arrogant young actor, and every time Martin Scorsese would correct me, I said, “You talkin’ to me?”
Not enough credit can be given to Bernard Hermann, the composer of the musical score. People tell me all the time, “That music Bernard wrote! Every time I hear it, I want to shoot somebody.”
When the film was made, New York crime was at its peak. During the first screening in the city, people were yawning.
At that time, tourists loathed the garbage piling up in New York. Now, thanks to 50 years of Taxi Driver, they take pictures of it.
The main character Bickle’s disaffection and loneliness are by some connected to the digital age of today. Well, to all, alone and sad in your room behind a screen, solve your problem: become a cabbie.
An adapted version of the film will be released soon, more fit to the modern days. In the scene where Jody eats toast with jam and sugar, that will be a sandwich chickpeas avocado.
In conclusion, a great movie is a piece of art, made from human emotions and suffering, joy, and ambition. The other day I booked a taxi, and what showed up? A driverless car. On our way, I heard a robot’s voice, “Mister The Niro, I have an idea for a film.’ I said, “Fuck you,” and got out. Thank you very much.“
______________________________________
Blog 1820 – 5 juni 2026
AH! HET HUWELIJK!

Het jaar 1888. Een man in keurig pak, vrijwel zijn maat, met schoenen geschikt voor wandelen over oer-Duitse woudpaden, loopt binnensmonds te vloeken. Het is Friedrich Nietzsche en zijn ongemak betrof zijn vroegere uitgaven die hij in meerdere Europese talen wilde publiceren, maar Italiaans had geen woord voor Wagner, Hongaars geen woord voor privé-eigendom, en Grieks geen voor Weltschmerzun-glücklichkeitarischeserlebnis. Hij zet zich neer op een bank. Aan de andere zijde zat al een ree, die na één blik gewisseld te hebben met de grote filosoof het hazenpad koos (geen woordgrap). Een beek klinkt op de achtergrond, in een ritme dat doet denken aan Schuberts heerlijke sonate: ‘Im Hintergrund plätschert ein Bach, im Vordergrund ein niedergeschlagener Deutscher.’
Een echtpaar met een jong dochtertje komt voorbij. Nietzsche aanschouwt hen, en weet direct dat de onvermijdelijke ontmoeting geen invloed zal hebben op zijn werk in wording, Der Antichrist. ‘Ah, het huwelijk’, dachten talloze biografen later dat Friedrich op dat moment dacht. Hij memoreerde echter zijn recente 44e verjaardag, al die geschenken! En had hij van die cadeaus nog wel de bonnetjes?
De vader van het gezin – in de vijftig – zijgt neer op de bank, terwijl zijn vrouw – twintig jaar jonger, maar dat kwam met zijn hoge overheidsaanstelling – speelt met hun dochtertje. Hij heeft behoefte aan een praatje en steekt direct van wal.
– Goedendag, mooi weer toch?
(71% van Nietzsche scholastici is het erover eens: op dat ogenblik besloot de filosoof zijn karakter Zarathoestra ver te houden van smalltalk.) De filosoof knikte veelzeggend. Zijn studie van Schopenhauer overtuigde hem dat er geen weinigzeggend knikken bestond. Nog voor een van de twee verdergaat, loopt een everzwijn voorbij, een eekhoorn tussen de tanden. We laten dit detail voor wat het is, en Friedrich vervolgt.
– Het huwelijk! Romantiek en seksualiteit volstaan niet voor een succes. Die heilige band: zo nuttig voor de opvoeding van kinderen, maar ook een belemmering voor de vervulling van een man.
De gezinsman is verrast. Hij vertrouwde de woorden van vader: ‘Die ring om je vinger is de keten om je nek’, maar de persoon naast hem in het woud, met een snor even indrukwekkend en praktisch als molenwieken, is het een wijzer man? De filosoof spreekt verder.
– Een beste vriendin is de beste vrouw. Een goed huwelijk is gebaseerd op het talent voor vriendschap.
Helderheid voor de verwekker van het kind dat lachend door het bos holt.
– Ik begrijp: u was nooit getrouwd? Wat ik bedoel: tegen een vriend zeg je eenvoudig: ‘Pleur even op joh’. Doe dat tegen je echtgenote, zelfs je maîtresse trekt partij voor haar.
De wijsgeer lijkt het te ontgaan en hij repliceert.
– Denkt u het leuk te vinden met uw vrouw te converseren tot op hoge leeftijd?’
– Ik snap waar u naartoe wilt. Zit je libido in een weckfles, wat blijft over?
– Besef: vrienden bevestigen onze opvattingen niet zonder meer, maar bieden nieuwe perspectieven, stellen onze vooronderstellingen ter discussie.
De huisman zet zijn hakken in het zand.
– Beste man, ik ging voor een vrouw met een lager IQ. ‘Perspectieven’, ‘vooronderstellingen’: trouw je iemand die zoveel lettergrepen aankan, zet dan je ‘vervulling als man’ in de koelkast.
Nu is Nietzsche verward: de koelkast zou pas vier decennia later uitgevonden worden. De moeder en het kind komen aanlopen. De vader zegt, wijzend op zijn bankgenoot: ‘Dit is… eh…?’
– Een man die de bewondering van een vrouw zoekt.
De mond van het dochtertje valt open.
– En, meneer, al wat gevonden?
De moeder werpt haar een boze blik toe.
– Lieveling, dat is niet zo beschaafd.
Nietzsche laat het hoofd hangen.
– Drie maal vroeg ik een vrouw ter huwelijk. Ik ging mij te buiten aan opium. Zware tijden van ziekte.
Het echtpaar en dochtertje schuifelen weg. Papa probeert nog iets aardigs.
– Meneer, valt vandaag tegen, is morgen wellicht genadevol.
Het meisje stemt in.
– Gewoon hoop houden en van kinderen afblijven.
De familie verdwijnt uit beeld. Onze filosoof draait zich om naar de ruisende beek.
– Kun jij ook even je kop houden?
______________________________________
Blog 1819 – 3 juni 2026
CORONAENQUETEVERHOREN- HIGHLIGHTS

De voorzitter van de commissie (VZ) kijkt het te enquêteren pak meedogenloos aan. ‘U wilt koffie?’ Langs de zijlijn staat een stagiaire klaar met een Blokker-termoskan. ‘Een Chai Latte is te veel gevraagd?’ antwoordt de man in het vizier van de commissie- leden, die hun uiterste best doen de onderste plank boven te krijgen, of een steen, een spaan, als er maar iets opgeschud wordt.
De coronaverhoren zijn live te volgen, zij het onderbroken door reclames voor trapliften, ooglidcorrectieoperaties in Turkije (‘Waar uw zoon van zijn kaalheid afkomt’), en luxe cruises: ‘De perfecte besteding van je erfenis’.
Dag X van de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie, met vandaag op de slachtbank: Van Stilweide (SW) van het Uitbreek OMG Team.
VZ: Meneer Van Stilwiede, u vond het ‘niet gewenst om in de ouderenzorg mondkapjes te dragen’?
SW: Meneer de voorzitter, ook zónder mondkapjes, 80-plussers: ze zijn amper te verstaan. Toch? [Enquêtelid 1 interumpeert.]
EN1: Enkele maanden later werd dat advies alsnog gegeven. Want?
SW: Toen waren de 80-plussers op. [De commissie kijkt elkaar niet blij aan.]
EN2: U vond mondkapjesbeleid en bezoekadvies ook conflicterend?
SW: Voorbeeldje: een gezin zat 6 uur aan het bed van hun stervende oma. Om haar laatste groet verstaanbaar uit te spreken, deed ze haar kapje af. Het was niet hun oma.
VZ: Qua bezoekadvies is er veel misgegaan…
SW: Klopt, je komt toch in mensen hun privéleven. Een hoogbejaarde zou aan covid overlijden en zijn familie kreeg bezoekpermissie. Ze antwoordde: ‘Bij opa op bezoek? Dat is voor het eerst in 40 jaar.’
EN3: Anderzijds stierven er mensen onnodig alleen.
SW: Aan u de vraag: leefden die mensen onnodig alleen? Leefden ze onnodig? Leefden ze überhaupt? Wanneer hun huur omhoogging, riepen ze niet: ‘Waarom leven er huisbazen?‘ Ik bedoel: bent u weleens overleden, met om je heen je familie, de helft denkend aan de exorbitante parkeerkosten voor het verpleeghuis, de helft aan de afspraak die ze moesten afzeggen bij hun cosmetische kliniek, en de laatste helft onder de zestien, die geen idee heeft waarom iemand zo oud kan worden zonder TikTok?
EN1: Mooi en aardig, maar het pijnpunt is toch ‘onnodig alleen sterven’.
SW: Ik merk het al: ik ben niet duidelijk. Realiseert u zich eens het ‘onnodig samen sterven’. Je favoriete zoon naast je bed, met die bitch waar hij jouw erfenis aan gaat verspillen; je ‘beste vrienden’ die komen opdraven, om je te herinneren dat je in 45 jaar golf nooit een 9-hole afmaakte vóór zonsondergang.
VZ: U bagatelliseert. Liefhebbende families die afscheid moesten nemen via Microsoft Teams…
SW: Sorry, heeft u ooit een Microsoft Teams-meeting gedaan? Dat is een soort van doodgaan.
EN2: Fraaie woorden, maar uw Uitbreek OMG Team liet steken vallen…
SW: Waar anderen zich doodgebreid hadden? Te denken dat samen sterven beter is dan alleen, is arrogantie; te denken onnodig dood te gaan, is je leven overschatten; en te weten dat sterven nodig is, is je nageslacht respecteren.
[De stagiaire (ST) komt binnenhollen.]
ST: Meneer Van Stilweide, uw Chai Latte? [Even valt een stilte.]
SW: Te laat. Mijn carrière is net zinvol doodgegaan.
______________________________________
Blog 1818 – 1 juni 2026
SCENE 127 – HEIL UNSER YE

De sfeer is niet optimaal. Aan de ene zijde van de tafel, in deze vergader- ruimte met moderne kunst aan de muur waar niemand om vroeg, twee vertegenwoordigers van het Centraal Joods Overleg: rabbi Salomom Solomon (SS) en Henrikje Hoogwater (HH), nazaat van een Fries gezin dat tijdens WOII zestig Joodse kinderen hielp onderduiken en daarvoor recentelijk een gesigneerde foto van Netanyahu ontving, en een rekening voor 8.000 uur ‘verrichte diensten door de onderduikers t.b.v. de boerderij, te voldoen inclusief rente’.
Aan de andere zijde gaan verschijnen twee advocaten van de Hoge Raad: Frank Uiterwaard (FU), zijn vrienden noemen hem ‘Uiteraard’ (‘Jij nog een Meursault, Uiteraard?’). Hij is een man van de tijd: aan beide polsen draagt hij een Rolex GMT Master. En: Yvonne Grootendaals (YG), dossiertijgerin en in 1995 het laatst aangesproken met ‘Mevrouw’. (Die winkelbediende komt vrij over 16 jaar.) Yvonne en Frank lopen binnen.
YG: [Tegen FU] Serieus, te weinig zonlicht is zó slecht voor je botten.
FU: Dus Anne Frank had O-benen? [Ze zien SS en HH, en nemen plaats aan tafel.]
YG: Fijn dat we elkaar eindelijk treffen. Introductie lijkt me overbodig. U kon het makkelijk vinden?
SS: [Niet geamuseerd] We waren verplicht te parkeren voor een varkensslagerij.
FU: [Niet begrijpend] Eh… vlees?
HH: Ter zake. De Amerikaanse rapper Ye komt naar Nederland. U heeft onze bezwaarschriften ontvangen en gelezen? Meneer Ye is een neonazi, antisemiet, Holocaust-ontkenner.
FU: Maar hij blijft wel van kinderen af.
SS: Waarom kijkt u mij aan?
YG: Beste mensen, natuurlijk veroordelen zij ten zeerste meneer Ye’s uitlatingen. Maar er is vrijheid van meningsuiting… [FU vult aan.]
FU: Niet iedereen gelooft Discovery. Ik bedoel: Auschwitz? Da’s toch een beetje uitgemolken?
YG: En ons kabinet vindt de uitspraken van de rapper ‘onwenselijk en grievend’. Het trekt een keiharde conclusie: na het concert gaat premier Jetten niet naar de afterparty.
SS: Symboolpolitiek! Dit is een klap in het gezicht van Joods Nederland.
HH: Een trap in de rug!
YG: En hun laten struikelen bovenaan een trap? Luister, de artiest gaat optreden in Gelredome, en ook burgemeester Marcouch van Arnhem vond Ye ‘moreel en mogelijk juridisch afkeurenswaardig’.
SS: Die is een islamist, dus geen enkele betrokkenheid.
FU: Klopt. Hij heeft geen familie in Gaza.
HH: Aha! Gaan we terrorisme verdedigen? Nederland moet ongewensten weren. Die enkel denken aan hun gewin, hun soort goddelijk vinden, hun praatjes superieur. [YG en FU kijken langzaam SS aan, voor wie het onaangenaam wordt.]
SS: Henrikje bedoelt mensen met stompzinnige muziek, vulgair taalgebruik, een hedonistische levensstijl. [FU is ontstemd.]
FU: Ho, ho. Ik groeide op in Baarn. Gaan we persoonlijk worden?
YG: We moeten afsluiten. Op de gang staat een delegatie Westlanders die bezwaar maakte dat in de kassentuinbouw onderhand 99% Oekraïens spreekt, en nog véél erger: de middagpauze wordt overgeslagen.
FU: Rabbi, mevrouw Hoogwater, bekijk het zo: over 25 jaar, hoe denkt de Hollandse jeugd terug aan 2026? Het jaar dat Ye hier optrad? Of het jaar dat we voor de 81ste keer leerden dat de Holocaust het ergste was dat de mensheid ooit trof?
[Een medewerkster steekt haar hoofd naar binnen.]
MW: Eh, mevrouw Grootendaals, meneer Uiterwaard, de Westlanders op de gang hebben net al het toiletpapier van het Binnenhof verbruikt… [YG en FU staan op; SS en HH ook maar.]
FU: Geweldige vergadering! We zijn zó dichterbij gekomen.
YG: Buiten staat overigens de pers. Zeg ze a.u.b. dat ook onze koning van Ye walgt.
SS: Die is 97% Duits!
HH: Zijn fort is linten knippen! [De deuren gaan open. Rauwe Westlanders stromen binnen. SS en HH worden vlot en vakkundig afgevoerd.]
FU: En rabbi, u ziet wat bleek. Kom meer in de zon!
YG: Is ook beter voor je botten.
______________________________________
Blog 1817 – 27 mei 2026
SCENE 126 – ONBEKEND MAAKT BEMIND

Een deur in een container, omgebouwd tot kantoor. Een bord: ‘Asielaanvraag bespreekkamer’ in 37 talen. Een jongeman met een ‘PLO’-sjaal om zijn nek en een koffer met kogelgaten stapt binnen (PO). Een Nederlandse ambtenaar (AM) tikt op een toetsenbord aan een tafel met stapels dossiers tussen de 30 en 55 cm hoog. Hij gebaart naar de stoel aan de andere zijde. Nog zonder PO aan te kijken, vraagt hij:
AM: Ja, ja ja… Uw nationaliteit?
PO: Onbekend.
AM: [Strekt zijn rug. Kijkt PO aan.] Onbekend? Laat ik eens raden? Palestijns?
PO: U mag nog twee keer.
AM: Gast, jij bent Palestijns: die sjaal. Dat was geen aanbieding van de Aktion. Overigens, jullie Palestijnse asielzoekers scoren wel laag wat betreft gezinshereniging.
PO: Tuurlijk! Mijn familie? Die wil je niet leren kennen.
AM: Ik neem het zo van u aan. Een persoonlijke vraag: heeft u ooit asiel aangevraagd in bijvoorbeeld Roemenië? De lokale keuken daar, heerlijk!
PO: Roemenië? Die hebben één tandarts op 100.000 inwoners.
AM: Klopt, maar Roemenen hebben gemiddeld op 100.000 inwoners 200.000 tanden. Volgende vraag: u weet dat u in noodopvang terecht komt?
PO: Ik zag een Discovery documentaire over de Holocaust. Zo’n soort kamp?
AM: Nee, nee. Die zijn er alleen nog ondergronds in Israël. Het is veel erger: stapelbedden, een recreatiekamer met tafelvoetbal, sociaal werkers, een bushalte op maar liefst 800 meter lopen. En elke dag een Volkskrant-journalist die u wilt uithoren.
PO: Zo’n stapelbed, met wie deel ik dat?
AM: Fijne mensen uit Soedan, Syrië en Algerije. De bedden zijn vierhoog. Wees voorzichtig met de Algerijn.
PO: Voor het slapengaan poetst die zijn tanden niet?
AM: Dat doet hij zeker, maar borstel en tandpasta zijn mogelijk niet afgerekend. In onze statistiek heet dit ‘misdragingen’. Moeilijke jeugd waarschijnlijk.
PO: Mijn broertje en drie nichtjes hadden geen moeilijke jeugd.
AM: Gelukkig opgegroeid? Straks dokter of ondernemer?
PO: Nee, ze hadden een akkefietje met Israëlische soldaten. Je gooit een steen; volgend moment ben je orgaandonor. Zelfverdediging uiteraard.
AM: [Verschrikt] Ho, ho ho! U bent antisemiet. Laat die koffer maar ingepakt. Ik wens u veel asielsucces in Letland. Holland blieft u niet. Assistentie! [Marechaussee stormt binnen en sleept PO naar buiten.] Kunt u hier nog tekenen?
PO: [In paniek] Want?
AM: Dan bent u een getal. En zonder getallen, hoe kun je recht doen?
______________________________________
Blog 1816 – 26 mei 2026
CRIMDER SWIPET BETER!

Stel, twintig jaar terug vermoord je een jonge vrouw. Je komt nu vrij en aan de bar maak je een gezellig praatje met een jonge vrouw, die prompt vraagt: ‘En wat heb jij zo de laatste twintig jaar gedaan?’ Kom je weg met: ‘Ach, ik ben meer een man die vooruitkijkt’? Voor de afgestrafte crimineel geldt: Daten? Ken je wel vergeten!
Maar nu is er hoop. François P., net op vrije voeten na wat hij zelf noemt ‘een tijdje honkvast’, begint Crimder: dé dating-app voor hen terug in de maatschappij na een misstapje. We bellen de ondernemer; ook is hij in te huren als financieel adviseur: ‘Hoe leef je twintig jaar zonder vermogens- belasting?’
– François, op Crimder, wat is een typisch profiel?
– Deze bijvoorbeeld: ‘Ik ben een reislustig mens, na vijftien jaar maximaal van cel naar recreatieruimte voor een mishandelinkje die iedereen had kunnen doen, toch?’
– Klinkt pittig. Wie swipet zo’n gast naar rechts?
– Deze bijvoorbeeld: Anja B. Zij omschrijft zich als ‘biologisch-dynamisch natuurmens, na een carrière als chemicus in een fetanyllab’.
– We gunnen iedereen het geluk van een maatje in het leven, maar koppel je niet criminele expertise? Een variant op ‘elkaar aanvullen’.
– Luister, als ex-gedetineerde, wie kan met je meeleven? Bij kaarslicht, onder een glaasje wijn vertellen: ‘Ik moest een cel delen met een pedofiel. Je wilt het niet geloven, maar binnen 48 uur hing hij zich op aan zijn schoenveters, en hij droeg alleen slippers!’
– En omgekeerd?
– Ook een ramp! Een ‘normaalmens’ voor je, die klaagt dat na Thailand, Vietnam, Japan, Korea, waar moet je nog in hemelsnaam naartoe met de voorjaarsvakantie? Het gaat om wat je deelt. Die klik die je voelt als de ander zegt: ‘Rectaal onderzocht worden? Vertel mij wat!’
– Kun je je inschrijven op Crimder zonder strafblad?
– Een journaliste schreef zich in. Zij onderzocht gewelddadige verkrachters. Geen succes. 1.400 keer links geswipt.
– De mannen wilden zich niet blootgeven?
– Nee joh, je had haar foto moeten zien!
______________________________________
Blog 1815 – 20 mei 2026
SCENE 125 – SAMEN IS NOOIT ALLEEN

We zoomen in op het gemeentehuis van Ter Apel; een politieauto met sirene raast voorbij. Binnen: in de wachtkamer zit een bonte mengeling van burgers en was-ik-maar-burger. Een ambtenaar (AM) kijkt rond en leest op van een a4’tje: ‘Meneer Mohamed Mahenad (?)’. (Hij twijfelt over de uitspraak, vandaar dat vraagteken.) Een man staat op, duidelijk van Noord-Afrikaanse herkomst (MH), tevens een persoon in full-out burka (BK). We zien nog net twee ogen door een spleetje; anders zou het toch lijken – met alle respect – op een rol gordijnstof. Tenslotte iemand, het type Egyptisch restauranteigenaar anno 1955 (EG). Hij is in zwart-wit en kende Humphrey Bogart persoonlijk. Allen gaan zitten rond de tafel in de bespreekkamer. Koffie wordt ingeschonken.
AM: [Iets verward] Ja, meneer Mohamed… Ik verwachtte u alleen. [Kijkt de ander twee welgemeend aan.] Het gaat om uw toelating tot het AZC hier in Ter Apel. U komt uit Algerije. U reisde per boot?
MH: [Wijst op het niet meer opgeblazen reddingsvest om zijn nek.] Hallo, ik kocht dit niet bij de Primark. Ter zake: ik ben hier voor een samenlevings- contract. Mijn alleenstaandzijn is voorbij.
AM: [Kritische blik] Dit heeft niets te maken met het feit dat alleenstaanden niet meer in ons azc worden toegelaten? Het spijt me: het is een vakje op dit formulier dat ik moet aankruisen. [De persoon in de ravenzwarte burka spreekt met een verrassend zware baritonstem.]
BK: Meneer, het gaat om liefde.
MH: [Gebaart naar BK.] Dat is ze. Het gouden licht in mijn dromen, de vleesgeworden rozengeur, de mijn twaalf kinderen zogende.
BK: [Naar MH, wederom met een zo zware stem, dat de kopjes op tafel trillen.]
Hij begrijpt het. [Naar AM] Kunnen we die papieren krijgen? Ik snak ernaar mijn maagdelijkheid te verliezen. Sinds 1987, om precies te zijn.
AM: [Onderhand danig verward. Kijkt het Egyptische figuur aan.] En u bent?
EG: Ik ga ook met Mohemad samenleven.
MH: Mohamed!
BK: [Schrikt op] Wat?
MH: Hou je mond.
EG: [Naar AM] Het wordt een samenleving van drie personen. En in het azc liefst drie gescheiden kamers. De liefde is groot, maar een goede nachtrust is ook wat waard.
AM: U loopt vooruit op de feiten. Kijk, in je eentje aankloppen bij het azc is even kansloos als in een boerka aan een synagoge voorbijlopen zonder voorlopige hechtenis. Ik moet toetsen of hier al een waarachtige relatie bestaat. We gaan een paar vragen af. Meneer Mohamed, wat is mevrouw’s [Wijst naar BK] parfum?
MH: Camel’s Fart.
AM: U maakt een grapje?
EG: Was het maar zo.
AM: [Tot EG] Voor u een vraag: in uw relatie met meneer Mahenad, wie heeft de broek aan?
BK: Hallo? We zijn geen homo’s.
AM: Dat mag je niet meer zeggen tegenwoordig. [MH, BK en EG kijken elkaar een moment onzeker aan.]
MH: Maar we zijn 100% voor het recht van zelfverdediging van Israël.
AM: Dat staat op mijn formulier als ‘Absolute aanbeveling’. Heren, eh.. heren en mevrouw, uw samen- levingscontract ligt over een half uurtje klaar.
[Iedereen staat op. Er wordt vriendelijk geknikt. EG drukt wat suikerzakjes achterover. Ze verlaten de kamer.]
AM: Uw Nederlands is overigens buitengewoon.
MH: Thuis volgden we al jaren de podcasts van Geert Wilders.
BK: We lazen de Telegraaf.
EG: En keken elke dag naar Johan Derksen op YouTube.
[De drie lopen weg. AM leest op zijn a4’tje en kijkt in de wachtkamer.]
AM: Eh… Henk en Ingrid voor hun emigratiepapieren?
______________________________________
Blog 1814 – 15 mei 2026
VAN AZC NAAR AZP

De rechter zet zijn leesbril op. ‘Verdachte Gé W., u staat terecht wegens het ingooien van een raam bij het net geopende AZC in uw wijk.’ Snikkend, met in zijn handen een zakdoek ter grootte van een amateurvoetbalveld, antwoordt W.: ‘Edelgeachtbare, we waren zo blij met het centrum; we openden een fles champagne. Tja, de kurk ging door het raam!’
Dit soort processen is passé. Van AZC naar AZP. Nederland doet massaal haar campers van de hand. Als een liter benzine meer dan een krat Schultenbrau van de ALDI kost, is de conclusie een fluitje van een cent. Ooit waren deze rijdende rijtjeshuizen het vakantiegenot voor de echte vaderlander: eigen aardappels mee, je cd’s met André Rieu, en in je oranje singlet achter het stuur op weg naar het Schwartzwald, daar praten ze tenminste Nederlands. Onze overheid koopt massaal de woondozen op voor asielzoekers. Ze moeten onderdak, en dat een camperdak komt met 14 jaar ingetrokken nicotine is een inburgeringsuitdaging.
We bellen Chris Kras, ministerieel brainstormer, en in zijn vrije tijd dieetconsulent bij de voedselbank (‘Al heeft u een week niet gegeten: wittebrood? Ik zou er tweemaal over nadenken.’)
– Chris, ‘AZP’ leg uit.
– Asiel Zoekers Parkeerplaats. Niet meer 400 Afrikanen, snakkend naar westerse cultuur en vol testosteron in een voorheen lagere school, maar 50 campers strategisch geparkeerd door de stad. Wij zeggen: ‘spreiden is gezeik vermijden’.
– Je verkoopt je camper en dan?
– In plaats van beschamend naast je huis, staat die nu voor je deur, met een achttal fijne mannen, altijd in voor een praatje.
– Naar je minderjarige dochter of ‘Koffieshop waar?’
– Ho, ho, ho! Geen citaten van de PVV-website. Het gaat om contact, aan onze maatschappij snuiven, in het hart in plaats van langs de kant.
– Er staat zo’n camper bij jou voor de deur?
– Uiteraard niet. Dat zou mijn ministeriële onpartijdigheid schaden. Bij mij staat mijn eigen camper voor de deur.
– Zodat…
– …het geen AZP wordt. De aanschaf was ‘representatiekosten’.
– Campers maken asielzoekers wel mobiel. Hoe houd je toezicht?
– Hun dagbudget is €3,45. Daarmee mag je op een tankstation niet eens aan de pomp ruiken. Ze komen niet weg. Zie AZP’s als wijkaanwist: je hoeft niet meer op TikTok naar zielige mensen te zoeken. Ze staan bij nummer 23 voor de stoep.
– Klinkt toch stigamatiserend.
– Dat heeft voor de socialmediageïnformeerden te veel lettergrepen.
– Stel, een straat zamelt geld in voor benzine en zegt: ‘Opzouten, jullie!’
– Hebben we aan gedacht. Dan komt de ME met champagne en we schieten bij de hele straat de ruiten in.
– Na een ‘goed gesprek’, mag ik aannemen?
– Uiteraard, we zijn er voor de burger!
______________________________________
Blog 1813 – 14 mei 2026
’14 MEI! JE WEET TOCH, MAN?’

Vandaag hier in Rotterdam kransen bij ons oorlogsmonument: dat beeld van een gast, dramatisch met zijn handen in de lucht. De meesten denken dat het een Hollander verbeeldt nadat hij zijn energierekening kreeg, maar dan nog. Deze vraag stond in de krant: wat denkt de jeugd van vandaag bij vandaag?
We schieten wat tieners aan: betrokken, geëmotioneerd, vapend, scrollend. ‘Jongens, wat denken jullie bij ‘de 14e mei’?’ Na wat ‘Eh…’ en omlaaghangende kinnen, komen de suggesties los:
10. 14 mei vielen de laatste Duitse bommen, de rest van de oorlog alleen nog geallieerde.
9. Die dag zei de vader van Anne Frank tegen haar: ‘Hoe denk je over een dagboek?’
8. Daarna werd Rotterdam een moderne stad. De architecten vierden een feestje.
7. Zadkine zag een foto van Rotterdam, en hij had me toch ineens inspiratie!
6. Toen begonnen de laatste 5 jaar dat je ‘neger’ mocht zeggen.
5. Ineens besloot de Telegraaf: ‘We gaan ‘t iets anders doen’.
4. Wie een kater had na Bevrijdingsdag is er op de 14e vanaf.
3. Vanaf 1945 is antisemitisme erger dan syphilus.
2. Dan vieren we toch de hemelvaart van Hitler?
1. Dat als de Holocaust een succes was geweest, er nu 80 jaar vrede in het Midden-Oosten zou zijn?
______________________________________
Blog 1812 – 12 mei 2026
WIE SCHRIJFT, DIE LIJDT

Tinus Droog: wie kent die naam? Tinus zit tegenover me en deze vraag die ik niet stelde, beantwoordt hij met: ‘De belasting, de huurbaas, maar niet mijn moeder’. ‘Want?’ informeer ik, zoals dat hoort voor een journalist zonder journalistenschool. Hij roert in een glas water (‘Koffie is voor mij een luxe.’) en antwoordt: ‘Laatst zei moeder dat voor mijn geboorte haar vagina zich eeuwig doodschaamt’. Ik knik begripvol.
Tinus is schrijver en we praten over de wel-winnaars van de Libris Literatuur Prijs vandaag. Zijn laatste boek stuurde hij in en de respons was identiek aan vorige inzendingen: een kortingsbon voor een papierversnipperaar, een cheque van € 1000 als hij niet meer zou meedoen, en een tube Bizonkit om in een volgend boek alle regels te onderstrepen.
‘De kritieken waren niet mals,‘ zeg ik hard, om uit te komen boven het geluid van de flat naast hem: de oefenruimte van een coverband van ACDC. ‘Zo miste de hoofdpersoon emotionele diepte, en vond men het plot voorspelbaar.’ Hij zucht: ‘De hoofdpersoon was een boekenplank van een Billy-kast! In het Zweeds is ‘emotie’ hetzelfde woord als ‘kroeshaar’. Daar hoorden we ABBA toch ook niet over zingen? En dan het plot: ik besloot dat uit te stellen tot het vervolgboek. Welke mooiere cliffhanger kun je je voorstellen?’
Ik liet het even inzinken en noteerde snel wat Tinus vertelde. Hij wilde geen geluidsopname van ons gesprek. Zijn laatste interview dat geregistreerd werd (1981) diende als script voor een Nigeriaanse pornofilm. Een half jaar later kapseisde het boorplatform Ocean Ranger. Dat ging hem geen tweede keer overkomen.
Hij buigt zich naar me toe: ‘Wedstrijden? Ik stuurde ooit mijn Dagboek van een stotteraar in, 600 pagina’s alleen het woord “de”. Ze vonden het geen “page turner“. En juryleden? Ik stond op een receptie naast een die een bakje pinda’s wegschranste; hij zei: “Ik bezorg je die prijs, maar daar staat iets tegenover“”. Ik antwoordde: “Sorry, Mark, mijn anus heeft een notenallergie”.’
De boodschap was duidelijk: vergeleken met schrijven is wc’s op Amsterdam CS schoonmaken makkelijker. Vraag het de schoonmakers. De meesten zijn schrijver.
______________________________________
Blog 1811 – 11 mei 2026
MANOSFEER? FEMISFEER!

‘Kinderen,’ zei de gymlerares van mijn zoons lagere schoolklas, ‘we bespreken in groepjes hoe we gaan voetballen. Natuurlijk doen jullie liever korfbal, maar de korf bleek niet uit biologisch afbreekbaar riet gemaakt. Echter, de voetbal is van leer van een koe die consent gaf met het educatief gebruik van haar huid’. Mijn 7-jarige zoon zuchtte extreem diep en stak zijn hand op. ‘Juf, als we nou gewoon in twee groepen op het gras lopen, dan werkt het vanzelf wel?’ Stoom kwam uit de oren van de lerares; de jongens deden hun uiterste best niet instemmend te knikken; de meisjes hyperventileerden door het vooruitzicht 60 minuten erbij te staan voor spek en bonen. Je kunt je voorstellen hoe dit destijds afliep: mijn jongste was een misogynist, fascist, vleeseter en door het vooruitzicht van ‘spek en bonen’ antisemiet. De laatste 3 jaar van zijn basisschooltijd bracht hij door in de hoek van de klas. Zijn diploma kreeg hij uitsluitend omdat hij iets in roze droeg.
Die tijden zijn voorbij. De man in je puberjongen is opgestaan; het terreur van ‘emotie’, ‘empathie’ en verplicht handenwassen na het toilet is afgeschud. Van Femosfeer naar Manosfeer. De lagere school is een vrouwenroedel; de middelbare school een geïnfluenst bolwerk van Joe Rogan-klonen. Van kruidenthee naar testosteron; van Richard Attenborough naar John Wick. Wij luisteren live mee met een havo-klas 2, kortom: de meisjes intellectueel al 17 jaar; de jongens chemisch al 21. MO1 (da’s kort voor Ferdinand) neemt het woord. De leraar (LE) kijkt op.
MO1: Hé, meneer, kookt jou vrouw voor u?
LE: Het is ‘jouw’ met een ‘w’ en we delen het koken. (Een MO2 vult aan.)
MO2: Is ze lesbisch? (Een SAskia ontploft.)
SA: Huishouden verdelen heeft NIETS met seksuele geaardheid te maken.
MO1: Rustig, ik zeg niet dat lesbiennes kunnen koken.
LE: Voor de duidelijkheid: mijn partner is hetero.
MO2: Respect, maar kan ze stofzuigen? (Een FLeur explodeert.)
FL: Dit rolbevestigende is zo passé. En beledigend.
MO1: En hoe het werkt volgens Darwin. Er zijn geen foto’s van Einstein aan de afwas.
MO2: Of Ronaldo die babybillen schoonmaakt.
LE: Zullen we de rust bewaren? Iedereen heeft iets waar hij goed in is.
SA: [Kijkt afkeurend naar MO1 en 2.] Sommigen in de klok terugzetten.
MO1: Zus, ik draag een IWC, jij een Casio.
LE: Jongens, we hebben allemaal onze voorkeuren, onze rechten.
FL: Honderd jaar vrouwenstrijd gaat niet verloren.
MO2: Tuurlijk, leve de vooruitgang! Van wastobbe naar Miele.
MO1: Van Margriet naar Netflix.
[De deur gaat open. Een net geklede man en jonge vrouw lopen binnen. LE zegt verrast tot de man:]
LE: Meneer de directeur?
DR: Goedemorgen allemaal, sorry voor de storing. Ik heb hier een journaliste van het AD. Zij doet een onderzoek naar de zogenaamde ‘manosfeer’ onder de jeugd.
Maar dat is hier niet, hè? [Lacht ongeloofwaardig. SA en FL wijzen geluidloos naar MO1 en 2 die onderuitgezakt op de eerste rij zitten. Zij halen hun schouders op. De journaliste (JO) vraagt onschuldig:]
JO: Jongens, kennen jullie Jordan Peterson?
MO: [Met afgrijzen.] Jordan…
MO2: [Grijpt naar zijn keel.] …Peterson? [Beiden beginnen vrijwel geloofwaardig over te geven, tot afschuw van de klas. JO roept verschrikt:]
JO: OMG, dit spijt me zo!
DR: U ziet het: die manosfeer, het is een conspiracy! [MO1 en 2 strompelen ontdaan de klas uit. Een moment van pijnlijke stilte.]
LE: Iemand nog vragen?
______________________________________
Blog 1810 – 7 mei 2026
IKEA RECORD!

Al tweeënhalf uur sleepte ik me op mijn knieën door het fascistische labyrint dat ‘IKEA’ heet. Een blauw-geel persoon kwam voorbij: een medewerker! Ik smeet hem op de grond, hield het jongmens in een brute verwurging. (N.B. Zó makkelijk: 60 jaar terug deed ik aan judo. Voor voetbal had ik geen talent. Speelde ik met de jongens van de buurt, was mijn positie doelpaal.)
De IKEA-loonslaaf keek me ontspannen aan. Blijkbaar was bezoekers ver over de rand van zelfmoordverlangens tegenkomen dagelijkse praktijk. Ik riep: ‘Utgången! Fan också!’ Dat is Zweeds voor: ‘Wat een geweldige zaak! De keuze, de service, en het vooruitzicht 20 jaar een Billy kast in je woonkamer! ‘ Hij begreep het niet, misschien omdat zijn familie tot 1975 in Suriname als post-slaaf gewerkt had. ‘U zoekt de uitgang?’ was zijn antwoord. ‘Maar kent u al ons restaurant? Neem nu de HUVUDROLL? (Blijkbaar kennen de Zweden geen kleine letters.) Heerlijke plantaardige balletjes?’ Omstanders applaudisseerden, vooral mannen, die elkaar aankeken met de blik van: ‘Jij trouwde ook iemand met het IKEA-virus?’
De servicegeöbsideerde nep-Zweed repliceerde ik: ‘Ja, die ballekes gemalen rendiernier liggen sinds 1999 in onze vriezer. Zo makkelijk wanneer ineens vrienden langskomen! Sindsdien komen er geen vrienden meer langs’.
Waarom borrelt dit welvaartsdrama bij me op? Vandaag won iemand de wedstrijd: een IKEAkast zo snel mogelijk in elkaar schroeven. Het lukte haar in 8m22s. Daarna huilde ze 8u22m. Geintje! Ik heb alle respect voor mensen met een schroevendraaier, met haast, en niets anders in hun miserabele leven dan winnen met iets IKEA. Was het een man geweest, hij had bijgetekend voor de Vreemdelingenlegioen.
Nu de waarheid: ook in ons huis staat een IKEA-klerenkast. De overheid informeerde dat het € 89.000 scheelt in onze vermogensbelasting.
Onlangs gaf mijn vrouw kennissen een blijkbaar leuke rondleiding. ‘En dit is de logeerkamer, met een kast uit de vorige eeuw’. Onze bezoekers trapten niet in deze uitleg. Dus ik voegde toe: ‘Absoluut niet onze keuze, maar er zitten nog steeds 14 Joodse onderduikers in. Tussen ons gezegd: de geur!’
______________________________________
Blog 1809 – May 6, 2026
UNSTOPPABLE STONES

Great news: The Rolling Stones will bring out a new album in July. Originally the release was planned for October, but doubts rose about if they’d be alive by then.
They wanted a ‘classic’ album; however, their company convinced them nobody buys 78 records anymore.
Mick Jagger, Keith Richards, and Ronnie Wood felt inspired by music from their childhood. So this record is not for you if you do not like Beethoven.
The opening song is called ‘Rough & Twisted,’ putting into music Keith’s struggle with a pampers. Another track is named ‘In the stars,’ relating to Ronnie’s experience swallowing a Polident tablet.
Their album ‘Hackney Diamonds’ from 2023 was received favorably. This time, it didn’t put any pressure on the musicians, having no recollection of 2023.
The title will be Foreign Tongues, which has nothing to do with the artists’ recent holiday in Thailand.
The Rolling Stones fan club will rejoice with the information that a booklet is available with the lyrics printed in large type.
Even Charlie Watts can be heard in the album, even though he passed away five years ago. Mick said his heirs needed the royalties to pay off Charlie’s student loan.
Collaborations between the Stones and Steve Winwood, Paul McCartney, and Chad Smith of the Red Hot Chili Peppers are foreseen. Nothing is fixed yet, for negotiations regularly had to be interrupted for an afternoon nap.
A European tour following the release is unlikely. This may be too stressfull for Keith. The suggestion to have him onstage as a hologram was dismissed regarding various countries’ narcotics legislation.
Personally, I’ve been a Stones fan since the end of the sixties. In those days it was either being a Beatles fan, and get the maidens destined to be a virgin until the age of 31, of go for Mick and the gang, and fondle girls sexually litterate since the age of 11. Before you could say, “Please allow me to introduce myself,” your jeans were gone.
______________________________________
Blog 1808 – 5 mei 2026
HARDE FEITEN OVER DE TOILETROL

Bevrijdingsdag: ik vier het op het toilet. Wist je dat volgens conservatieve schattingen wij 100-120 toiletrollen per persoon per jaar gebruiken? Volgens progressieve schattingen 8. Op bezoek bij een progressief? Neem je eigen papier mee.
Twee à drie miljard kartonnen hulzen belanden jaarlijks bij het oud papier, restafval, of worden door lagere scholieren omgebouwd tot iets ‘creatiefs’. Kwam ik vroeger thuis met een wc-rolpaddestoel of -raket, noemden mijn ouders het restafval.
Kwam ik thuis met een rapport, werd dit op het wc gebruikt.
Toch hield ik van mijn ouders: ze bleven bij elkaar ‘voor de kinderen’ (en ze konden geen Joodse echtscheidingsadvocaat betalen), brachten mijn zusje en mij naar de Efteling (dat Brabants arbeidsverschaffingspark voor roomskatholieke pedofielen), en mijn vader ranselde ons nooit af met zijn riem (hij droeg bretels).
Terug naar toiletrollen: ze kwamen op de markt in 1890. Vóór dat jaar kende geen enkele taal het woord ‘rol’.
De Amerikaanse firma Scott was ermee de eerste. Welke tienerjongen gebruikte hun papieren handdoekjes niet al bladerend door de Playboy?
Overigens meldt Wikipedia dat toiletpapier ook gebruikt wordt voor ‘het reinigen van genitaliën na het urineren’. Ik ben blijkbaar niet de enige bij wie een toiletrol bleef steken onder zijn voorhuid.
Dan is er toiletpapier waarin absoluut géén gerecycled papier wordt gebruikt. Dit wordt gebruikt door anafalbeten, smetbevreesden en de familie Bezos.
Vanaf de jaren ‘70 produceert de industrie ongebleekt toiletpapier. Sindsdien hoop ik ooit te roepen: ‘Jezus! Dit velletje werd al gebruikt door Einstein!’
Nu in de krant: de kartonnen binnenrol gaat verdwijnen. We missen dan toch een stukje levensplezier. Zeg nu zelf: wie zag niet in zijn goedkope Franse hotel enkel een lege kartonnen huls, gebruikte deze na de grote boodschap, en hing het object keurig en verkleurd terug?
______________________________________
Blog 1807 – 4 mei 2026
BLIJF VAN HET F***ING DAMMONUMENT AF!

Tuig van de richel of politiek activisten? Waarom niet allebei? Het monument op de Dam werd vannacht ondergespoten met rode verf, ook het woord genocide. Dan weet je het al: het waren geen Maccabi-fans, geen achterklein- kinderen van NSB’ers, en tuig van de richel. Nederland twijfelt: hoe te straffen als ze gearresteerd worden? Onze Top 10 Repercussies.
10. 5 jaar schoonmaken van het Dam-plein met een tandenborstel. Werkte in Dachau ook.
9. Terugopereren naar hun oorspronkelijk geslacht. ‘Kent u deze penis nog?’
8. Rest van hun leven mogen ze niets wat ze online bestelden terugsturen.
7. 10 jaar eenzame opsluiting met 24/24 keiharde muziek van De Toppers.
6. Helemaal naakt onderverven en zeggen: ‘We doen het voor Gaza!’
5. In het gevang en het gerucht verspreiden dat ze pedofielen zijn.
4. 1 jaar niet op sociale media. Binnen 1 maand zijn ze paranoide.
3. Castreren! De rechter zegt: ‘U heeft wel genoeg gespoten’.
2. Tot hun dood verplicht in ‘t mooie Barneveld wonen.
1. Broek omlaag en IDF-honden op ze loslaten.
______________________________________
Blog 1806 – 3 mei 2026
SCENE 124 – RAMSTEIN, AUF WIEDERSEHEN

Rheinland-Pfalz, de Amerikaanse militaire Ramstein Air Base; op de achtergrond klinkt ‘Herzeleid’ van de band Rammstein. We zoomen in op een gebouw, terwijl troepen voorbijmarcheren en op de achtergrond jets opstijgen. CUT naar een klaslokaal, 75 jonge militairen in afwachting. Een onderofficier (OO) opent de deur.
OO: [Luid] Attention! [De mannen en enkele vrouwen springen op in het gelid. Een kolonel (KL) met twee officieren (OF1 en 2) treedt binnen en neemt plaats voor de groep.
KL: At ease. [De groep gaat snel zitten in afwachtende stilte.] Mannen, ik ben hier om jullie te briefen over… [Een vrouwelijke militair (VM) kucht nadrukkelijk.] Wat?
VM: ‘Mannen’ is niet inclusief en ook dwingend.
KL: [Verbolgen] Dwingend? Je hebt vrijwillig getekend. [Een mannelijke militair [MM1] springt bij.
MM1: Kolonel, zij komt uit Tennessee. Tekenen voor het leger is ontsnappen aan economische stagnatie, religieuze controle en institutioneel rascisme.
KL: Wie hebben we hier? Private Karl Marx? En, identificeer jij je nog als man? [MM1 wordt rood; talloze collega’s schudden subtiel hun hoofd.] Overigens, dat woke gedoe is exit: de policy van het ministerie van War. [De 75 grommen, kuchen, draaien in hun stoel, slaan hun armen over elkaar. Een officier spreekt.]
OF1: Kunnen we ter zake komen? Het onderwerp is jullie terugplaatsing naar de VS, nu Duitsland niet in lijn is met onze president.
KL: De Duitsers moeten hun eigen broek maar ophouden!
MM2: Ja, zonder ons zouden ze Duits praten. [De klas lacht.]
MM3: Kolonel…
KL: [Verward] Ja?
MM3: Mag ik hier blijven? Ik heb een Duitse vriendin.
KL: Wat is er mis met Amerikaanse meisjes?
MM3: Eh… Algemene ontwikkeling?
MM4: Taalvaardigheid?
MM5: Vanaf hun huwelijksdag overgewicht?
KL: Genoeg! Jullie gaan over 8 dagen terug naar het land van de Free and the Brave.
MM1: Kan ik eerst hier nog naar de tandarts? Ik heb een wortelkanaalbehandeling nodig, en in de VS kost dat meer dan een Mercedes.
MM3: Mijn contract loopt over vier weken af. Mag ik blijven? Ik heb een aanbod van de lokale politie.
KL: Wat? Jij wilt werken voor de Gestapo?
MM3: [Confuus] ICE? Nee, ik bedoel politie waar je je dienstwapen pas aanraakt als je het inlevert op je pensioendatum.
KL: [Aan het eind van zijn Latijn] Aha, aha! Nog meer die willen blijven? [Aarzelend steekt vrijwel de hele groep de hand op. KL kijkt kwaad naar een van hen.]
MM6: Ik woon graag in een land dat bewoond wordt door Joden, in plaats van erdoor gemanipuleerd.
MM7: Waar je kinderen democratie zien op tv, in plaats van in een museum.
MM8: Waar wetenschap wetenschap is en niet ‘fake news’.
KL: [Explodeert onderhand.] Jullie zijn besmet door socialisme.
MM2: [Vriendelijk corrigerend.] Sociaal-democratie?
KL: Door, door… anti-imperialisme. [De hele groep knikt volledig instemmend.] Ik heb het begrepen. Wie niet mee teruggaat, blijft maar hier! [Hij krijgt een groots applaus.] En krijgt oneervol ontslag. [Nog meer applaus en ‘Yeahs’ weerklinken.] Dan wonen jullie maar hier en leven van dat ‘Burgergelt’.
MM2: Kolonel, wij wensen u een fijne terugvlucht, en ‘Burgergelt’ is meer dan uw salaris. [Allen lachen. KL en de officieren lopen kwaad weg. De 75 beginnen te zingen met vet Amerikaans accent:]
MM’s: Deutschland, Deutschland über alles! Über alles…
______________________________________
Blog 1805 – 28 april 2026
ASIELGELD VOOR DE HOLLANDER

Nederland is best geweldig; wij zijn echt geweldig, en de belastingaangifte die perfect op tijd in je mailbox plettert is helemaal geweldig.
Maar er zijn grenzen, bergen waar je niet omheen wilt fietsen, en drempels ongeschikt voor de welwillendste rolator.
Hoe plak je in ons polderparadijs nog de eindjes aan elkaar? Hoe hou je een toerist in Rotterdam af die naar het Anne Frank-huis vraagt? Hoe weersta ik in de super zo’n zelfscan-steekproef? ‘Steekproef? Het is hier niet de Kruiskade zaterdagsavond. Hoe denk je dat ik heet? Mo?’
De oplossing biedt Sjon van Voorhoek (Jos voor zijn vrienden). ‘Loop binnen binnen onze dijken, keilegaal en vet ontspannen.’
We bellen deze eigenaar van Travelburo ‘In de Zon, Uit de Brand‘, ook in te huren als coach voor de laatste Nederlander die nog geen coach heeft.
– Jos, wie is je doelgroep?
– De Hollander met Duitsch bloed in den aderen. We betalen graag belasting voor mensen in nood (geintje!). Maar onze nood dan? Je dakkapel mag niet van de gemeente, want er passen geen Joodse onderduikers in? Je moeder krijgt geen thuishulp, want ze verstaat geen Pools? Extra wegenbelasting, want aan je antenne hing een hakenkruisvlag? Hoezo vrije meningsuiting?
– Ik volg je volledig, wat is je recept?
– Wij bieden vakanties naar Somalië, Jemen en de Westelijke Jordaanoever. Overal waar de zon aan de hemel staat en kruisraketten voorbij suizen. Ontspan, bezoek de lokale moskee (mits nog overeind), en krijg de nationale nationaliteit.
– Want?
– Terug in Holland: vraag asiel aan! Zwaai met je nieuwe papieren en verlang bijslag voor je kinderen (claim er 12, waarvan 8 van je nicht), eis huursubsidie voor je pied-à-terre in Wassenaar, declareer taalscholing om van je Haarlems accent af te komen, voer fysiokosten op voor armletsel van 21 uur per week met een biertje in de hand staan.
– Akkoord, maar stel je hebt half Koerdisch, hoe is het met solliciteren?
– Je verstaat de vragen van de HR-medewerker niet door je tranen om je moeder, die je achterliet op het strand.
– Waar de Koerden wonen, is geen strand?
– Daar ga je weer! Die stigmatisering! Luister, boek bij ons een vakantie, kom terug als vakkundig slachtoffer en loop binnen met Hollands knuffelsubsidie.
– Geen dubbel paspoort probleem?
– We blijven praktisch. De Eritreër in je sterft op zijn 37e (verslikt zich in een haringgraat), de vaderlander trekt pensioen tot zijn 92ste.
– En wie gaat dat betalen?
– Jetten! Wanneer je na 19 jaar op de wachtlijst voor een sociale woning voorrang krijgt vanwege je opgejaagde status, is het rechtvaardigheid!
– Jos, bedankt, je punt is gemaakt: thuiskomen in je eigen land is geen tandartsrekening van €1.200, maar een vette compensatiecheque om het uit te houden tussen de Drenthenaren.
______________________________________
Blog 1804 – 26 april 2026
KONINGSDAGVERKOOPTIPS

Koningsdag: de rommel waar je in godsnaam vanaf wilt, is wat je ooit op Koningsdag kocht. Die straatverkoop, zo’n mooie traditie. Vroeger: dat zigeunergezin met 96 autoradio’s, je Joodse buurman met weckflessen vol voorhuiden, die hippietruien die uit zichzelf bewogen door de vlooien. Maar verkopen is geen sinecure. Hier onze tips om aarzelende kopers over de drempel te schoppen: Top 10 KOPEN! KOPEN! EIKEL!
10. Bladeren kinderen door je Donald Ducks, vertel hun vader: ‘Donald Duck: de enige Donald niet in de Epstein Files!’
9. Zet bij je puzzels een bordje: ‘Puzzelen: goed tegen dementie. Volgens mijn moeder: compleet dement!’
8. Schrijf op een stuk karton: ‘Opbrengst gaat naar het Steunfonds voor iedereen die géén lintje kreeg’.
7. Promoot lachend je stapel kinderkleding: ‘Nooit gedragen. Mijn vrouw en ik wilden geen kinderen’.
6. Fluister naar de gast die door je oude Penthouses snuffelt: ‘Maar één keer op afgetrokken!’
5. Doe aan koppelverkoop: ‘Bij aanschaf 10 klassieke elpees, één incontinentieluier cadeau!’
4. Wie twijfelt bij het kopen van je glaswerk, stel gerust met: ‘Alles is van vóór corona!’
3. Kijkt iemand naar je schaatsen, zeg: ‘Geschikt voor de Elfstedentocht 2073’.
2. Roep: ‘DVD’s één euro. Acht voor een tientje!’ Iedereen koopt op gevoel.
1. Leg naast de stoel waarop je triest en bewegingsloos zit krukken.
______________________________________
Blog 1803 – 20 april 2026
SNOEIHARD GENAAID!

Het is bijna augustus, dus ik hang in kamerjas-met-Calvin-Klein-eronder-en-verder-niks over mijn balkon en zie verderop mijn buurman Joop zich aan zijn balkonrand vasthoudend. Jullie kennen hem nog? Blogs 40, 46, …1527.
‘Joop,’ roep ik, ‘nog altijd blij met Jetten 1?’ Je kent me: geen fijnere manier om een gesprekje aan te gaan dan iemand in het kruis te trappen. Mijn buurtgenoot verslikt zich, spuugt iets uit, treft twee verdiepingen lager de buurtkat. Het beest schiet weg als door zoutzuur getroffen.
‘Dat Suit Supply-pak?’ repliqueert hij, ‘Ik mag niks zeggen, want het kabinet zit er nota bene dankzij mijn stem. Ik ben een dinosaurus, dus D66. Uiteraard de éérste hetero op de lijst aangekruist. Die wàs niet eenvoudig te vinden.’
Hij verbaast me. ‘Naar welke naam zocht je dan? Poetin? Je weet toch: democratie is opium voor het volk. Dat zei de voorvader van Netanyahu. Heb je trouwens gehoord van de accijnsverhoging op alcohol?’ Het leek me verstandig het gesprek richting interessegebieden te sturen. Joop is niet zo van de politiek. Zijn verwekker prentte hem in dat politiek een zooitje is en het gaat om discipline. N.B. Vader had een administratieve functie op Kamp Amersfoort.
‘We worden dubbel genaaid!’ roept Joop. ‘Als je benzine verbruikt, dan ben je een knuffelslachtoffer. De compensatie voor prijsverhoging aan de pomp? Op de parkeerplaats de motor een uurtje laten lopen, en je aanbetaling flatje Benidorm is voor elkaar. Omaatjes ruilen hun Fiat 600 in voor een bestelbus: de wegenbelasting wordt zo laag, die mag je in guldens betalen. En dan het ergste…’
Ik wist dat het lichtpuntje in onze wijk nu zou loskomen.
‘Accijnsverhoging op drank! Waar gaat dit heen? Straks mag je je euthanasie niet meer als ‘kostenpost’ opvoeren. Mijn drankgebruik? Tja, mijn drankgebruik… Hoe zal ik ‘t formuleren? Wat was de vraag ook alweer? Ik zeg je dit: ‘s Morgens doe ik een scheut cognac in mijn koffie, neem een slok en denk: ‘Shit! Koffie vergeten!’
Joop heeft een punt. Ik val hem bij: ‘Ja, weet je nog: de auto is een melkkoe voor Den Haag? We betaalden zoveel belasting. Nam je een lifter mee, dan was je vraag niet: ‘Waar wil je heen?’ maar: ‘Heb je een creditcard bij je?’ En stond je in de rechtbank voor je scheiding, dan zei je tegen de rechter: ‘Ik neem de verzorging van de vijf kinderen op me; mijn vrouw mag de auto hebben. Ben ik goedkoper uit’.
Joop schudt zijn hoofd. ‘Ik ruil mijn Chevrolet 2002 in voor een BYD. Die Chinese batterijauto’s zijn geweldig. De cabrio’s komen met een Chinese die met een westerling wil trouwen. Ik maakte een proefrit; Miss Beijing 1995 zat in de bijrijdersstoel. Ze kende drie woorden Engels: Me So Hot. Maar even terug naar benzine: hoe meer je rijdt, hoe meer je terugkrijgt. Zometeen, stap je in Rotterdam in een Uber naar Delft, dan gaat hij via Zwolle: ‘Da’s goedkoper!’ Ken jij het nog volgen?’
______________________________________
Blog 1802 – April 17, 2026
ATTENTION SPAN

The giveaway that you have a short attention span is when you start a sentence about attention span, and at the end, you wonder why you never liked beetroot. Since we are talking about antisemitism, I’m going to a modern dance performance tonight. Modern means all moving on the floor look convincingly unhappy. This brings me back to the watch I bought yesterday, since you’re asking about it. It’s a Seiko, an automatic. That means it winds itself up being moved around at your wrist. Unless it’s snowing, which is a verb you will not find in the indigenous language of Burkina Faso. To some people that is a country, to others an anagram for croque monsieur. You know, that French toast, if it has a fried egg on top, is something else, a new pair of socks. Who doesn’t like new socks? The Namibians were never keen on the Germans, I can tell you that! And the algorithms of your tax inspector aren’t happy if you are too late with filing your application for a visa for Australia. I’ve never been to Australia, but I do like old Egyptian sculpture. I told you of the trip of my son and me to Vienna, where I saw spectacular relics of old Egyptian culture and very clean trams. The Austrians must take all their litter home, or they hate pop music. We stood in an elevator, and there was no music to be heard, no ABBA in a Strauss arrangement. The elevator was full of boxes of very cheap hair shampoo. I asked a lady like us going up to the 13th floor the reason for this. She said, “There is no 13th floor, and just think of the dolphins.” She had a point. My son and I had walked for three hours through the Vienna Zoo, and we did not see a single curtain with a pattern of coconuts. It reminded me of what my doctor recently said, removing his rubber glove, “Sell your S&P shares.” Then I understood, he also believes Oswald was innocent.
Anyway, to come back to Hannah Arendt (you keep insisting), eating dates will not help you get rid of moldy wallpaper. Are you still there?
______________________________________
Blog 1801 – April 13, 2026
VIENNA, THIRD TIME AROUND

I spent this weekend in Vienna with my son. The first time I visited the city was so long ago; I met Johan Strauss. We flew with KLM, as you know, the airline with flight attendants of all ages. I saw one with a KLM-blue walker.
Anyway, two fantastic days, carefully organized by my offspring, and he is so strict, it is bizarre. I wanted to point that out to him, so when I went to the restroom, I asked how many sheets of toilet paper I was allowed to use. He said, “Three.”
We drank coffee in a very, very traditional café. An espresso was called a “Schwartzer.” I didn’t want to tell the waiter that that was veiled racist. He looked like he had worked there for 200 years and was dreaming of his retirement in 99 years. If you were to ask him who the most famous person he had ever served was, he would answer, “You mean, besides Hitler?”
At the table next to us sat an American couple eating Apfelstrudel, something they had clearly never tasted before. They asked for salt and pepper.
Vienna is an expensive city. That waiter said to a young couple asking for tap water, “You can’t afford that.” The advantage of high prices is that you get sophisticated tourists with chic demands. A Rolls-Royce drove past; on the side it said: UBER. But the city caters for all kinds of visitors. I even saw a Rolex Outlet.
My son had scheduled a visit to the MAK, the museum of applied arts. A hundred years ago, design was the thing here, Wiener Werkstätte, amazing. I asked a museum guide what young talent does these days to stand out. She said, “Figure skating.”
I felt totally cool when I saw Thonet chairs, like the ones you find in our house too. I said nonchalantly to an Austrian family, “I have those in my living room.” They looked at me puzzled and replied, “Everyone has.”
Just like last time, I thoroughly enjoyed Schiele’s works in the Leopold Museum. Schiele had a twisted mind, a bizarre vision, and was extremely gay. Everything you need to be a great artist. That is why I will never excel in art: I’m not gay.
In a park, I stood in front of the bust of Josef Madersperger, one of the inventors of the sewing machine. I placed a flower there and mumbled, “This is on behalf of the millions of slaves in the sweatshops in Asia.”
A nostalgic festival was being organized in front of City Hall. Grown men in lederhosen. A man told us that lederhosen should never be washed. My son said, pointing to the side, “Now I understand the fans.”
At the party, they were selling the largest pretzels in the world. They are UNESCO World Heritage. At least, for those who speak German.
And yes, I ate a Wiener Schnitzel, in a refined restaurant, chosen by my youngest/expert. Minimum size: sixty centimeters. “You’ll manage,” said the waiter, “they are very thin.” Fifteen minutes later my plate was empty. “So you ate it all?” he asked. I said, “No, there was a slight draft and it blew that fucking thing away.”
Vienna, see you in 50 years, depending on my son’s planning.
______________________________________
Blog 1800 – 9 april 2026
SCENE 123 –
ZWANGER BEN JE SAMEN

Met Amsterdam-Zuid op de achter- grond komt een volle metro tot stilstand. Een jonge vrouw, finance-consultancy-gekleed, stapt uit en kijkt naar een berichtje op haar mobiel. Ene Sebas meldt in kapitalen: ‘We zijn zwanger’.
Een BMW rijdt de parkeergarage van een kantoorgebouw binnen; de wagen gonst van de 90-er jaren soul en de vijftiger aan het stuur ziet op zijn mobiel hetzelfde bericht.
Een zak koffiebonen wordt geleegd in een professioneel espressoapparaat; door het raam zien we vanaf grote hoogte in de verte onze hoofdstad. De barista pakt zijn mobiel; het bericht kwam binnen. Net als de andere twee fronst hij zijn wenkbrauwen.
Sebastiaan, een jongeman met onbetaalbare glimlach, loopt met optimistische tred tussen bureaus door. Links en rechts klinkt: ‘Gefeliciteerd, Sebas!’, ‘Blij voor jullie, man!’, een obese vrouw, eind dertig, triest kijkend, aan een tafel met stapels dossiers, vult aan: ‘Toi, toi, toi…’
Sebas (SE) steekt zijn hoofd door een deur van een ruime managerskamer. Achter een Norman-Foster-tafel staan een evidente directeur (DE), en een vrouwelijke, ook niet-geamuseerde teamleidster (VR). De ruimte ruikt naar design, met een enkele goedbedoelde te grote plant.
SE: [Opgewekt] Goedemorgen?
DE: Ja, kom binnen, ga zitten. [SE neemt onschuldig plaats.]
VR: [Komt direct ter zake] Je stuurde iedereen dat ‘We zijn zwanger’-berichtje?
SE: Ik kan jullie zeggen: het was niet makkelijk achter de WhatsApp-adressen te komen van de schoonmakers…
VR: Van Randstad, die hier van 02:00 tot 0:40 uur werken? [Kijkt DE verbaasd aan.]
DE: Sebastiaan, waar het om gaat. Heel fijn voor jullie, maar jij bent niet zwanger. Je partner is dat. We hebben hier regels.
SE: Sorry, maar ik ben 200% solidair met mijn vriendin.
DE: Tranen in mijn ogen, maar dat is 199% een corporate risk. Zo dadelijk zitten we bij een klant en jij moet even naar buiten om te gaan overgeven.
VR: We vragen je naar de kwartaalcijfers. Jij antwoordt: ‘Ik was net bezig met mijn zwangerschapsboek’.
DE: Iemand geeft je een amicale por. Jij klaagt over je gevoelige borsten.
VR: Op de vrijdag halen we sushi. Jij gilt: ‘Geen rauwe vis!’
DE: Je begrijpt, we nemen je af van die klus met DSM. Je wilt vast niet in de buurt van enge chemicaliën.
SE: [Geschokt, staart voor zich uit.] Zo had ik het niet ingeschat.
DE: [Begeleidt SE naar de uitgang.] Begrijpen we. Denk erover na, en loop niet te snel naar je werkplek.
SE: [Verward] Want…?
VR: [Welgemeend] Bloedverlies! [De deur slaat achter SE dicht.]
CLOSE-UP SE. Hij zit transpirerend achter zijn tafel, staart in de verte. Een collegaatje (CO) loopt voorbij.
CO: Sebas, dat knopje linksachter, dan gaat je computer aan.
[Hij kijkt over de verdieping. Iedereen is cool, lachend, snel. Elke zin bevat: ‘profit’, ‘maximalising’, ‘fuck the client’. Hij pakt zijn mobiel en loopt naar een stille hoek. Alle geluid op de vloer is nu nog babygehuil en alles kleurt roze. SE kiest een nummer; een jonge vrouw (JO) neemt op.]
JO: Schat, hoi, wat is er?
SE: [Aarzelt een seconde] Eh… we zijn niet zwanger. Ik bedoel ‘we’.
JO: Daar hebben we het over gehad. Ik heb iedereen hier op de inloop al geïnformeerd.
SE: Al die daklozen die binnenlopen?
JO: Je weet: ‘Niet gedeeld geluk is geen geluk’.
SE: Wie zei dat? Trotski? Luister, ik sta 200% achter ons project, maar ik voel ineens iets voor de rol van grensrechter.
JO: Project? Zo dadelijk wil je er nog putopties op kopen. Ik heb net 300 luiers besteld in Peru. We krijgen een kraamverzorgster uit Oekraïne.
SE: Natuurlijk, onze kleine leert geen Nederlands, want dat is neokoloniaal. Ik bel je terug. [Hangt op. Een teamgenoot [TE] staat voor hem.]
TE: Sebas, zaterdag zorg jij voor de coke. Deal?
______________________________________